Posts tonen met het label verzameling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verzameling. Alle posts tonen

zondag 17 maart 2019

Zondag: bij-tank-dag

Nog eentje om het af te leren... Recent verworven metalen kinderspeelgoed van over het Kanaal – jaren 1920-1925, vermoedelijk van het merk Triang – met ‘echte’ rupskettingen mechanisch voortbewogen door middel van een op te winden veersysteem. 

De herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog is voorbij maar de herinneringen en het verzamelen van de laatste getuigenissen niet – ook in het domein van gerelateerd kinderspeelgoed, memorabilia en ephemera... Overal - en juist door de herdenking - duiken nog dergelijke getuigen op tot op heden verborgen in vergeten bergplaatsen. Het blijft opportuun deze verder te verzamelen vooraleer ze terug in de vergetelheid raken. Het samenbrengen van mijn verzameling als schenking aan een themamuseum en het tentoonstellen als onderdeel ervan – de volkscultuur van de “Groote Oorlog om alle andere overbodig te maken” (satire?) wordt een dringend streefdoel...


zaterdag 9 maart 2019

Nieuw!

Deze nieuwe aanwinst in de uitgebreide verzameling tanks van Guido alias Leflamand wil ik jullie niet onthouden, de gelijkenis tussen hem en dit porseleinen kannetje is toch wel heel treffend hé, hihi, hij is er blij mee! Fijn weekend allemaal...

zondag 18 november 2018

Zondag: bij-tank-dag

In het vorig logje (klik) liet Guido alias Leflamand (klik) op de dag van de Wapenstilstand en na vier jaar uitgebreid over de Eerste Wereldoorlog te hebben geschreven weten dat hij gestopt is met de Zondag: bij-tank-dag.
Ik wilde jullie toch nog even met deze mooie blikvanger van Matto le D. een overzicht bieden van alle interessante items (klik) die er van zijn verschenen.
En dan nu: en route pour des nouvelles aventures ofte op weg naar nieuwe avonturen!

zondag 11 november 2018

Zondag: bij-tank-dag

11 november: de wapens zwijgen!
Vandaag honderd jaar geleden eindigde officieel "The War To End All Wars" (de oorlog die alle andere oorlogen moest beëindigen)...

Een revolutie en het uitroepen van de Weimarrepubliek in Duitsland had het einde van de Eerste Wereldoorlog mogelijk gemaakt. De Duitse keizer Willem II vluchtte naar het neutrale Nederland en zou er tot zijn dood in 1941 op zijn Huis Doorn nabij Utrecht asiel krijgen van zijn nicht koningin Wilhelmina.
Klik hier en hier.

Met het in de vroegte van 11 november 1918  ondertekenen van de capitulatie door een delegatie van de nieuwe Duitse republiek in een treinwagon van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits buiten de stad Compiègne (Frankrijk) eindigde de Eerste Wereldoorlog - maar de wapenstilstand trad officieel slechts in werking om 11 uur 's morgens waardoor er nog talrijke nutteloze doden vielen... 
Klik hier en hier.

De bilan in cijfers die doen duizelen en tot op heden (gelukkig) nooit werden overtroffen: circa 9.448.000 gesneuvelde militairen (ca. 5.419.000 Geallieerden tegenover ca. 4.029.000 Centralen), 17.670.905 gewonde soldaten (Geallieerden 9.291.487 en Centralen 8.379.418) - op circa. 64.929.000 gemobiliseerden... Daarnaast een nog steeds onbekend aantal burgerslachtoffers (niet-militairen in Frankrijk méér dan 80.000, en in België méér dan 24.000 volgens laatste berekeningen),  met in de nasleep naar schatting wereldwijd 20 tot 100.miljoen dodelijke  slachtoffers van de "Spaanse Griep" pandemie (niks 'Spaans' - in werkelijkheid door de Amerikaanse troepen naar Europa geïmporteerd via foute vaccinaties - en door de Duitsers aanvankelijk 'Vlaamse Griep' genoemd...). Daarnaast zijn er tijdens oorlogsoperaties nog zo'n. 40 miljoen paarden opgeofferd... De totale oorlogskost bedroeg  208.500.000.000 $ - waarvan Geallieerden 147.000.000.000 $ en Centralen 61.500.000.000 $ - zonder over de materiële 'burger' schade te spreken (vernielde steden en dorpen, infrastructuur, industrieën)...
Klik hier .


Zeldzaam zogenaamd "Vredespopje" (gekleed in Geallieerde Franse-Belgische-Britse-Amerikaanse vlaggen met  Franse cocarde in kleuren rood-wit-blauw als hoofddeksel) - verspreidt na het einde van de Eerste Wereldoorlog (hoofd en ledematen in ongeglazuurd porselein, zogenaamde 'bisquit') - verkocht ten voordele van... (verzameling Leflamand - Deseijn)


Populaire 'soldaten-mascottes' in de Eerste Wereldoorlog waren de geknoopte breiwollen poppetjes "Nénette" en "Rintintin". Nénette speelde een belangrijke rol op het einde van WO1 (zelfs een Franse tank werd naar haar genoemd). Samen met Rintintin vormde zij een immens populair mascotteduo voor de Franse "poilus" aan het front. 
Een oorlogslegende wil dat zij een jong verliefd koppel weeskinderen afkomstig uit Bapaume en St.-Quentin symboliseren dat bij wonder een bombardement door de Duitse "Dikke Bertha" overleefde en daardoor als gelukbrengende 'beschermers van Parijs' in mascottevorm werden geadopteerd. Na de oorlog werden deze als personages via een Amerikaans soldaat 'opgevist' door Hollywood. Vooral de filmhond Rintintin werd wereldberoemd...Klik hier.

En met dit log sluit Guido alias Leflamand de reeks over de Eerste Wereldoorlog af. Tot spijt wie het benijdt of tot opluchting van velen? *wink, big smile*

zondag 4 november 2018

Zondag: bij-tank-dag


Franse FT-17 tanks zijn Olsene binnengerukt, pauzerend langs de steenweg Deinze-Kortrijk (foto verzameling Heemkundige Kring Zulte)...

Zoals vorige Bij-tank-dag meegedeeld werd de Belgische poging het Afleidingskanaal over te steken nabij Eeklo een dramatische mislukking. Rond Allerheiligen-Allerzielen werd  een aanvankelijke gelukte oversteek van het Schipdonkkanaal tussen Celie en  Balgerhoeke - wel ten koste van enkel honderden slachtoffers - door Duits mitrailleurvuur teruggedreven. Toch was de val van Gent niet meer veraf.

In de Frans-Brits-Amerikaanse sector tussen Leie en Schelde werden de Duitse troepen ten zuiden van Gent in een snelle aanval tot aan de Schelde teruggedrongen tot vlakbij Kruishoutem, waar vooral de Fransen af kregen te rekenen met hardnekkige mitrailleurnesten. Hetzelfde moesten Franse en Belgische troepen ondergaan in de omgeving van Nevele.

Nog meer zuidwaarts rukten twee divisies Amerikanen op in West-Vlaanderen, tussen Waregem en Wortegem-Petegem. Een divisie Franse FT-17 tanks werd daartussen opgenomen. Zo slaagden de Britten tussen Anzegem en Avelgem, gesteund door alle nog beschikbare artillerie en samen met tientallen Franse tanks, een succesvolle aanval rond Tiegem te realiseren. 

Begin november 1918 moest de Duitse legermacht zich volledig en definitief ten oosten van de Schelde terugtrekken door de inzet van de Amerikaanse troepen. Oudenaarde en Deinze waren (bijna) vrij maar Gent bleef nog steeds bezet. De beroemde Ohiobrug te Eine-Nederename uit 1928 in spanbeton (toen nog een unicum!) - de Thirty-seventh Division Memorial Bridge met zijn monumentale bizon beelden uit 1930 - herinnert nog aan de gebeurtenissen begin november 1918.

In 1982 is deze Memoriebrug (niet zonder protest) voor de verbreding van de Schelde afgebroken - een onvergeeflijke miskleun van Openbare Werken (enkel de vier bizonbeelden zijn aan de oprit van een nieuwe standaardbrug "gedumpt").

(verzameling Guido Deseijn alias Leflamand)


De meeste Franse FT-17 tanks die aan de bevrijding van Vlaanderen deelnamen, zijn om "bewezen diensten" vermoedelijk  gedumpt ergens in een uithoek van het militaire kamp van Beverlo, waar zij uiteindelijk eind jaren 1950 werden verschroot. Één enkel exemplaar kwam terecht in het Legermuseum te Brussel  - misschien zelfs deze bijgenaamd "Nénette" (zie foto hieronder).

zondag 28 oktober 2018

Zondag: bij-tank-dag

Ten koste van zware verliezen en veel materiële schade  door de terugtrekkende Duitse troepen (o.a. werden alle kerktorens en bruggen opgeblazen) - maar toch verrassend snel in vergelijking met de jarenlange patstelling van de loopgravenoorlog rond Ieper - veroverden de Geallieerden terrein in Vlaanderen. Ook Leie en Schelde werden spoedig door Franse en Britse troepen overschreden tussen Deinze en Cambrai. Aan het Franse front tussen Laon en Verdun lukte dit moeizamer. 

Oorlogsspeelgoed 1914 (verzameling Leflamand alias Guido Deseijn)

Op 25 oktober werd Brugge - als eerste bevrijde provinciehoofdstad - door het Belgisch koningspaar bezocht. Spijts de overhaaste terugtrekking van de Duitse troepen was hun artillerievuur elders in Vlaanderen nog zeer actief. Op 26 oktober was de linie Deinze-Waregem overschreden. Vooral langsheen het Schipdonkkanaal (afleidingskanaal) tussen Deinze en Eeklo (vooral omgeving Adegem-Balgerhoeke) werd zeer zwaar gevochten om reden van zijn strategische noord-zuid-oriëntatie. Er kamen zelfs klachten van de zijde van het neutrale Nederland door ongecontroleerde artilleriebeschieting heen-en-weer van hun grondgebied langsheen de grens, o.a. met gasgranaten. (het Schipdonkkanaal was in die mate strategisch belangrijk dat er ook in de Tweede Wereldoorlog hevig is gevochten).

Oorlogsspeelgoed 1918-1919 (verzameling Leflamand alias Guido Deseijn)

Gent - dat tot dan toe als "Etappenstadt" (garnizoen- en bevoorradingsstad) achter het front - van oorlogsschade gespaard bleef werd door de Duitse bezettingscommandant Blücher op de hoogte gebracht dat het weldra in de vuurlinie van het terugtrekkend front zou komen te liggen. Alle weerbare mannen tussen 17 en 35 jaar moesten zich volgens een "Bekanntmachung-Bekendmaking-Proclamation" op 27 oktober 1918 aanmelden om opgeëist (ver) achter het terugtrekkend front te gaan werken ("...goed gehuisvest en verzorgd, en TEGEN GOEDE BETALING..." - in hoofdletters in het pamflet).  De bezetter rekende erop dat de Gentenaars zich - net als tot dan - rustig zouden houden. De Gentse burgemeester Emile Braun - "Miele Zoetekoeke" in de volksmond - had dit bij de inname op 12 oktober 1914 tegenover de Duitsers in ruil voor het sparen van zijn stad bedongen. Met de mogelijke beschieting van de stad en aanvallen door vliegtuigen door de Geallieerden moest volgens de bekendmaking wel rekening gehouden "...daar de ondervinding geleerd heeft, daar de tegenover ons staande Franschen en Engelschen, Belgische steden niet alleen niet ontzien, maar ze opzettelijk vernietigen". De pot verwijt de ketel...  Ein bisschen Propaganda konnte nicht schaden...

zondag 21 oktober 2018

Zondag: bij-tank-dag

Het Duitse leger was aan verliezende hand en moest inderhaast terugtrekken - de Belgen konden nu succesvol doorstoten: op 15 oktober 1918 wordt Menen bevrijd, op 16 oktober Torhout en de dag daarna is het de beurt aan Oostende en in Frankrijk Lille en Douai (Rijsel en Dowaai)...
Zie ook hier (klik), hier (klik) en hier (klik)

Naast nederlaag op nederlaag aan het front krijgt Duitsland aan het thuisfront steeds meer problemen te incasseren: sociale onrust was het voorspel tot de Novemberrevolutie in 1918-1919 als overgang van het Duitse keizerrijk (aftreden van keizer Wilhelm II) naar de Weimarrepubliek (neergeslagen Spartacusopstand januari-februari 1919) en een catastrofale economische neergang als gevolg van de oorlogsschulden en de strafmaatregelen der Geallieerden die Duitsland zouden worden opgelegd na de capitulatie en de ondertekening van de wapenstilstand 11 november 1918.

De daaropvolgende jaren kreeg de Duitse bevolking de gevolgen te dragen van de oorlog opgestart door het beleid van de uit eigenbelang optredende Duitse aristocratische elite, de hautaine Pruisische legerleiding en de uit de hand lopende naoorlogse crisis als gevolg van de in 1921 aan de Duitse overheid opgelegde herstelbetalingen ten bedrage van méér dan 130 miljard goudmark. En niet zoals in de Tweede Wereldoorlog had de Duitse bevolking schuld aan deze crisis...

In het hongerjaar 1923 volgde daaruit een nog nooit geziene hyperinflatie: de levensmiddelprijzen stegen tussen januari en juni met vele 100%... In november van 1923 moesten zelfs bankbiljetten van 100 biljoen Rijksmark worden gedrukt met een reële waarde van slechts iets meer dan 300 toenmalige Amerikaanse dollar! 

Een anoniem Duitse kunstenaar penseelde bovenstaand plakkaat die de dramatische crisis van 1923 in voedselprijzen en dagelijkse levensnoodzakelijke producten tussen januari en december van dat jaar samenvatte. Het is een volkse herinnering aan een dramatische periode in het begin van de Weimarrepubliek, een decennium gekenmerkt door hevige politieke tegenstellingen tussen links en rechts... 

(verzameling Leflamand alias Deseijn)

zondag 14 oktober 2018

Zondag: bij-tank-dag

Franse affiche

Voor wat door beide strijdende partijen als eindoffensief werd aanzien werd (nogmaals) zowel van de industrie als van burgerbevolking, aan Geallieerde zijde als aan Duitse zijde, een laatste financiële inspanning gevraagd via affiches die eind 1918 opriepen in te tekenen in een ultieme oorlogslening... merkwaardig zowel in het ene als in het andere kamp met de afbeelding van wat als het ‘ultieme’ industriële wapen werd gezien waarop alle hoop werd gesteld: de tank...

Duitse affiche

Zie voor het verloop van de gebeurtenissen aan het westelijk front ook hier, hier, hier.en hier. Vooral aan de beruchte zgn. “Ypres Salient” (Ieperboog) valt het de Geallieerden nog tegen – in een beruchte ‘uitstulping’ in het door de Duitsers bezet gebied, tussen deze stad en Diksmuide waar in 1914-1915 als eerste de loopgravenoorlog begon...

(verzameling Leflamand alias Guido Deseijn)

zondag 7 oktober 2018

Zondag: bij-tank-dag

100 JAAR GELEDEN: DE EINDSLAG AAN HET WESTELIJK FRONT IS BEGONNEN... 

Bovenstaande (naoorlogse) memoriekaart anno 1926 geeft de toestand weer aan het Westelijk front bij het begin van het eindoffensief op 25 september 1918 - met aanduiding van de diverse divisies van de strijdende partijen. Aan het front in Vlaanderen tussen Diksmuide en Ieper - de beruchte 'Ieperboog' - wordt het hardst gevochten en aanvankelijk het minst vooruitgang geboekt. 
Daar begon de jarenlange loopgravenoorlog in 1914 en daar ook bleef deze het langst muurvast zitten terwijl zuidelijker en oostelijker tussen Cambrai en Verdun spectaculaire vooruitgang werd geboekt door de Geallieerden.
Zie ook hier (klik) en hier (klik)
(verzameling Guido Deseijn alias Leflamand)

zondag 30 september 2018

Zondag: bij-tank-dag

DICHTERS AAN HET FRONT...

WILFRED OWEN'S  FOREST MONUMENT

In de bossen rond Ors (nabij Le Cateau - France) staat dit subliem memoriaal (n.o.v. Simon Patterson 2011-2015) voor de Engelse dichter Wilfred Owen - de grootste Engelse dichter uit de Eerste Wereldoorlog. De laatste nacht vóór hij sneuvelde (4 dagen vóór het einde van WO 1...!) bracht hij door in de (bewaard gebleven) rokerige kelder van dit boswachtershuis schrijvend aan een anti-oorlogs gedicht even beroemd als John McCrea's "In Flanders Fields"  dat besluit "Dulce et Decorum Est - Pro Patria Mori" (Horatius dixit) maar dikwijls verkeerdelijk geciteerd...

My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory -
The Old Lie: Dulce et Decorum Est - Pro Patria Mori"

(Vriend, herhaal niet zo vurig - Aan nageslacht belust op glorie - 
De oude leugen dat het zoet en eervol is om te sterven voor het Vaderland...")

JOHN MC RAY'S VERPLEEGPOST

In Ieper- Boesinge (aan Dikmuidseweg  juist ten noorden van de brug over Ieperleekanaal) ligt de  "Essex Farm Cemetery" naast de bunkers van het "Advanced Dressing Station" (vooruitgeschoven verpleegpost) uit 1915, waar dokter John Mc Crae zijn beroemde gedicht "In Flanders Fields" schreef:

In Flanders fields the poppies blow          In de velden van Vlaanderen waaien klaprozen
Between the crosses, row on row,            Tussen de kruisen, rij op rij,
That mark our place, and in the sky         Die onze plaats aanwijzen; en in de lucht
The larks, still bravely singing, fly             Blijven de leeuweriken dapper zingen,
Scarce heard amid the guns below.          Nauwelijks hoorbaar over het kanongebulder aan de grond.

We are the Dead. Short days ago             Wij zijn de doden. Een paar dagen geleden 
We lived, felt dawn, saw sunset glow,       Leefden we, voelden de dauw, zagen de zon ondergaan.
Loved and were loved, and now we lie     Hadden lief en werden geliefd en nu liggen we
In Flanders fields .                                     In de velden van Vlaanderen.

zondag 23 september 2018

Zondag: bij-tank-dag

Nu we het einde van de herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog naderen is het tijd in de volgende Bij-Tank-Dagen eens terug te blikken welke sites nog een bezoek verdienen...

EEN EERSTE HALTE VERDIENT POPERINGE...

We steken (virtueel) de frontlijn van Duitse zijde over naar een tijdens WO1 klein stukje onbezet Belgiê - Poperinge. Deze "Safe Town" - ook "Little Paris" genoemd - werd toen wonderbaarlijk weinig beschoten en bleef grotendeels bewaard... Het was een Geallieerde 'etappenstad' - net wat Gent was voor de Duitsers - het zenuwcentrum voor militaire operaties : troepen, bevoorrading, informatie... Alles wat rond Ieper ingezet werd passeerde langs deze 'veilige stad' waar de Franse en Engelse soldaten op verlof kwamen achter het front - met het nodige 'uitgangsleven' ... Het stadje van 10.000 inwoners kreeg 250.000 Britse troepen binnen haar wallen met de nodige problemen van dien met geïmproviseerde pubs, bordelen, cinema's, concertzalen, clubs...  
Het "Talbot House" alias "The Olde House" ofte "Every Man's Club" was een typisch Britse soldatenclub zonder onderscheid van rang. Een rustpunt met een tuin waar men de oorlog even kon vergeten: "All rank abandon ye who enter here" en "To pessimists, way out!" en met een kapel-concerthal - waarin optredens van "The Happy Hoppers" doorgingen en films met Charly Chaplin...  

In het Poperings gehucht Lyssenthoek stond van 1915 tot 1920 het grootste militair veldhospitaal achter het Iepers front. Tenten en barakken hadden op piekperiodes 4000 hospitaalbedden ter beschikking, aangesloten aan de spoorlijn Poperinge-Hazebroek voor triage en evacuatie van gewonden. De aanpalende begraafplaats is de spiegel van het oorlogsgeweld in de zgn. 'Ieperboog' - bijna 11.000 graven op de grootste militaire begraafplaats van de Westhoek in 1918 ontworpen door sir Reginald Blomfield, de architect van o.a. de Menenpoort. 
Een recent gerealiseerd wetenschappelijk Interpretatiecentrum is hier in een nieuwbouw uit 2009 door de Vlaamse Gemeenschap, de Stad Poperinge, de Commenwealth War Graves Commission, het Flanders Fields Museum en het Memorial Passchendaele als bezoekerscentrum ingericht... 


zondag 9 september 2018

Zondag: bij-tank-dag

De laatste Duitse A7V tanks werden van spoorwagons afgeladen om ingezet te worden aan het front - maar veel te laat om de afloop van de oorlog nog te kunnen beïnvloeden...

Begin september trokken de Duitse troepen zich aan het Westelijk front in Picardië geordend terug van de Somme en Oise achter hun Hindenburglinie, op de hielen gezeten (klik) door de Geallieerde troepen voor een laatste hevig offensief vanachter deze in 1917 aangelegde, zwaar verdedigde stellingen (klik) tussen Arras en Soissons. Het Duitse legerbevel verordende ondertussen bij de terugtocht de tactiek van de ‘verbrande aarde’ toe - alle infrastructuur (spoor)wegen, bruggen, enz. werden onbruikbaar gemaakt en talrijke steden en dorpen tot puin herleid, en moesten na de oorlog volledig worden heropgebouwd als “Ville” of “Village Martyre”. In Vlaanderen daarentegen hielden de Duitse stellingen stand en ging de strijd in alle hevigheid onverminderd verder...

zondag 2 september 2018

Zondag: bij-tank-dag

WAT REST NA DE DUITSE TERUGTREKKING IN AUGUSTUS-SEPTEMBER 1918 ?

Vanaf juli-augustus 1918 begon de grote - min of meer chaotische - terugtocht van het Duitse leger onder de aanvallen van de Geallieerden over de hele lengte van het Westers front - van Ieper tot Verdun. De min of meer duurzame constructies (bunkers, technische installaties, rustkampen achter het front...) die de Duitse genie had gerealiseerd - en die een langdurig verblijf in het vooruitzicht stelden - moesten de één na de ander worden opgegeven...

L'Abri du Kronprinz (bunker) nabij Varennes-en-Argonne anno 1918 (boven) en vandaag (onder)...

Het is opvallend dat in het kader van de 100-jaar herdenking van de 'Groote Oorlog' deze voor de geschiedenis van de tragische gebeurtenissen belangrijke constructies, door de Fransen bewust stiefmoederlijk aan hun lot worden overgelaten - in tegenstelling met hun eigen forten (o.a. rond Verdun). Moesten private Frans-Duitse verenigingen en heemkundige kringen zich niet - zelfs lang vóór het begin van deze herdenking tussen 2014 en 2018 - met de middelen door henzelf verzameld, hebben ingezet tot het behoud en toeristische exploitatie van deze overblijfselen, zij waren allang van de aardbodem verdwenen... De strijd ging immers tussen (minstens) 2 partijen en de getuigenissen van zowel de ene als de andere moeten ter waarschuwing voor het nageslacht behouden blijven. Moet gezegd dat er - met recht en reden? - van Franse (Geallieerde) zijde weinig animo tot behoud van deze resten bestaat - maar ook van Duitse zijde werd (wordt) er daartoe in het verleden weinig geijverd... De 'golven' ontstaan in de Frans-Duitse oorlog van 1871 tussen beide landen blijken ook na 2 wereldoorlogen tot op vandaag nog steeds niet geluwd...

Het kamp van Hauptman ir. Marguerre - betonnen experimentele abri's voor Duitse soldaten..
.
Nochtans zijn de bekende historische getuigen legio en hier en daar komen lokale initiatieven van de grond om ook deze getuigen te redden - of op zijn minst tegen verdwijning te behoeden: 

- het "Camp Marguerre" nabij Verdun (ook wel kamp Bismarck, kamp van de Kaiser of dorp van de Kronprinz genoemd) - een volledig uit beton opgetrokken kamp met schilderingen die het behang vervangen, met inlegwerk van kiezelstenen en andere kunstzinnige uitingen, en waar werd geëxperimenteerd met nieuwe bouwtechnieken en bouwstijlen (bunkers, onderkomens voor soldaten...) in o.a. gewapend beton, die er werden getest en op basis waarvan logistieke steun aan het front kon verleend - daartoe werd een volledige toen revolutionaire betonfabriek ingericht (de BEFA = BEtonFAbrik volgens opschrift) ... 

- de beruchte "Abri du Kronprinz Wilhelm" midden de bossen nabij Varennes-en-Argonne (langsheen de D38) - het voormalig Duits "Kaiserbunker" - een in verhouding luxueus verblijf voor de Duitse kroonprins Wilhelm von Preussen, zoon van Keizer Wilhelm II, bevelhebber der Duitse troepen, centrum van het te bezoeken "Kaisertunnel"-complex, een groep bunkers met een gangenstelsel gegraven tussen november 1915 en maart 1916 (met kazerne, lazaret, elektriciteitscentrale, enz.) - nu in restauratie door het "Deutsches Erinnerungskomitee Argonnerwald 14-18" 

- het Duits rustkamp "La Vallée Moreau" in gebruik door de Duitse troepen tussen 1915 en 1918 en sinds 1997 gerestaureerd, onderhouden en bezoekbaar gesteld door 'Le Comité Franco-Allemand' - een vereniging die een 10-tal gelijkaardige, kleinere sites onder haar hoede heeft

- de "Caverne du Dragon" (Drachenhöhle) aan de Chemin des Dames in de Argonne - oude steengroeve die vandaag een boeiend museum is over de Duitse kazerne destijds er ingericht

- "l'Abri du Kronprinz Rupprecht de Bavière" nabij Nampcel (ten zuiden van Noyon) - een te bezoeken "Blockhaus" gebouwd tussen 1915 en 1916 met stenen gerecupereerd van vernielde huizen uit het nabije dorp als hoofdkwartier voor de Duitse troepen in de regio - sinds 2010 ijvert de lokale werkgroep APRAK om dit indrukwekkende bouwwerk te restaureren en open te stellen.

Nampcel - Blockhaus van Kroonprins Rupert van Beieren in 1918 (boven) en vandaag (onder)...

(met dank aan alle bruikleengevers van de illustraties...)

zondag 26 augustus 2018

Zondag: bij-tank-dag

VAN HET OOSTELIJK FRONT WÉL NIEUWS...

Ook Japan was als een verre bondgenoot betrokken in de Eerste wereldoorlog. Bondgenoot weliswaar - maar onbetrouwbaar... Ook al hadden overwegend Japanse troepen in het verre Siberië het Rode Leger van de Bolsjewieken een nederlaag toegebracht en hun impact teniet gedaan. 
De  Japanse troepenmacht werd geschat op een 70.000 soldaten die via de havenstad Vladivostok ontscheepten - aangevuld door de Russische Kozakken en Mongoolse huurlingen van krijgsheer Grigori Semjonov, naast enkele duizenden Amerikanen, Britten, Italianen, Fransen, Tsjecho-Slovaken en zelfs enkele Belgen. Toch werd het Japanse overwicht op het Siberisch vasteland door de westerse troepen met wantrouwen bekeken - vooral toen de Japanse en anti-Bolsjeviekse troepenmacht onder leiding van de fanatieke antisemitische Semjonov via de Transsiberische spoorweg richting het Bajkalmeer doorstootten. Door deze laatste werden alle gevangen Bolsjewieken, zelfs iedereen met 'rode sympathieën' en joden afgeslacht - en zowel Semjonov als de onbetrouwbare bondgenoot Japan werd poging tot gebiedsannexatie aangewreven...

Japanse prentkaart (propaganda of karikatuur?) vermoedelijk betrekking hebbende op de Japanse deelname in Siberië tijdens de Eerste Wereldoorlog, of op de Rijstrellen van 1918 - in elk geval met de afbeelding van het inzetten van Europese pantservoertuigen.
(prentkaart WO 1 z.d. - verzameling Leflamand alisas Deseijn - indien iemand de betekenis van de Japanse tekst kan ontcijferen – graag...)

Ook intern broeide het in Japan. Ook al bloeide er toen hun economie - voedselrellen en spontane opstanden braken uit in de loop van augustus 1918, waarbij twee (volgens sommige bronnen tien miljoen mensen - bijna 1/5 van de totale bevolking!) in 38 steden waaronder Tokio, Osaka, Kobe, Nagoya en Hiroshima, magazijnen van de grote handelsmaatschappijen plunderden en in tot as herleidden. Doelwit waren de rijst- en andere essentiële levensmiddelspeculanten - maar ook vastgoedkantoren (verhoogde huurprijzen!) die zich hadden verrijkt in de voorbije oorlogsjaren en als 'nouveaux riches' door de steden paradeerden in dure auto's terwijl het grootste deel van de bevolking honger leed. 
Uiteindelijk - toen ook politiebureaus, banken en overheidsgebouwen werden aangevallen en er massaal stakingen uitbraken in de steenkoolmijnen en scheepswerven - werd een aantal woekeraars aangehouden en veroordeeld, en de vermindering van de voedselprijzen afgedwongen. 
Toen de 'Rijstrellen van 1918' (tussen 22 juli en 4 oktober 1918) tot gevolg hadden dat de Japanse regering moest aftreden om de protesten tegen de inflatie en de lage lonen, en de politie en zelfs het leger hardhandig optraden (25.000 opstandelingen werden aangehouden, en veroordeeld tot geldboetes en zelfs doodstraffen zijn uitgesproken, het aantal doden en gewonden is nooit officieel vrijgegeven), werd dit "breaking news" tot in Europa en de Verenigde Staten toe - waar dit als een breuk met de verstarde eeuwenoude Japanse tradities werd gezien en een teken van de doorbraak van de democratie door het ontstaan van politiek actieve sociale bewegingen...
Voor meer informatie klik hier.

zondag 19 augustus 2018

Zondag: bij-tank-dag

ER ZIJN ZO VAN DIE TANKS DIE DE LEGENDE INROLDEN...

TER GELEGENHEID VAN DE VERWERVING VAN MIJN NIEUWSTE AANWINST:
HIER IS DE "IRON DUKE" (DE "IJZEREN HERTOG")...

Eén van de bekendste foto's uit de verzameling van het Britse Imperial War Museum - de "Iron Duke" geïmmobiliseerd nabij Arras april 1917...

De bekende foto hierboven uit het Imperial War Museum toont de Britse 'Mark II' tank # 781 ofte de "Iron Duke" die op 10 april 1917 door de stad Arras rolde op weg naar het slagveld. Net als de meeste tanks kreeg hij door zijn bemanning een bijnaam toebedeeld. De "Iron Duke" kreeg als "landship" zijn naam naar het vlaggenschip van de Britse admiraal graaf John Jellicoe - bekend als de 'IJzeren Graaf' - een stevige "pedigree" dus die hem nochtans geen geluk heeft bracht...
Oorspronkelijk werd de "Iron Duke" met 5 andere tanks (# 581, 778, 779 en 782) tijdelijk ingezet bij het begin van de Slag om Arras, maar raakte achterop door herstellingswerken aan de verlengde schachtkoppeling. Misschien is dit waarom hij op deze foto nog steeds in de stad was toen de strijd net ten oosten van Arras woedde. Hij werd uiteindelijk weer in actie gebracht, maar is op 20 april vernietigd door vijandelijk vuur in de buurt van de huidige begraafplaats "Commonwealth Chapel" te Feuchy a/d Scarpe, ten oosten van Arras. Er is echter geen verslag bekend van de hand van zijn commandant, tweede luitenant Street, of er bemanningsleden die dag zijn gedood of gewond...

Vermoedelijke site langsheen de Route de Cambrai waar destijds de Iron Duke was geïmmobiliseerd vlakbij Feuchy Chapel British Cementery...

Het mag verbazing wekken - maar uitgezonderd als training-tank zou de Britse 'Mark II' helemaal geen operationele geschiedenis mogen hebben, temeer daar het voertuig niet voorzien was van pantserplaat-staal en voor een echte frontinzet bijgevolg simpelweg ongeschikt was. 
Maar in het voorjaar van 1917 waren er echter zoveel 'Mark I' uitgeschakeld, terwijl de productie van de verbeterde 'Mark IV' maar niet op gang wilde komen, dat men er niet meer onderuit kon om de 'Mark II' toch maar - op hoop van zegen - in te zetten. Voor het offensief bij Arras door Brits-Canadese troepen ter ondersteuning van het Franse offensief van generaal Nivelle in april 1917, werden er dan maar 26 naar Frankrijk verscheept. In mei volgden de andere 19 die toen beschikbaar waren. Het trainingscentrum bleef achter met de 'Mark III'... Van de 141 'Mark I' in Frankrijk bleven er toen nog slechts 15 over, zeven "males" (zijdelingse geschuttorens met zwaar geschut) en acht "females" (geschuttorens met machinegeweren). 

De 'Mark II' werden zo goed en kwaad als het ging voor de frontdienst aangepast, door hun "barbettes" (geschuttorens) te vervangen door die van 'Mark I' wrakken, zodat althans de zijkanten grotendeels door gehard pantserstaal beschermd werden. Ook is toen het betrouwbaarder Lewis-machinegeweer aangebracht. Tegelijkertijd deed zich een merkwaardige ontwikkeling voor om de vijand te misleiden: men construeerde 'dummy' tanks om de Duitse luchtverkenning te misleiden. Deze in groot detail nagemaakte rompen van triplex werden rondgedragen door tien soldaten binnenin de 'dummy'...

Op 11 april 1917 was er een geconcentreerde tankaanval nabij Bullecourt (ca. 10 km ten zuidoosten van Arras) ter ondersteuning van de Australische troepen. Die leden er toen grote verliezen door geblunder van de Britse legerleiding ("De Australiërs vochten als leeuwen maar werden geleid door Britse ezels..." - citaat Britse historicus Alan Clark). Voor het eerst maakten de Duitsers toen Britse tanks buit - twee 'Mark II' exemplaren. Het verhaal wil dat ze met reden niet onder de indruk waren van de bepantsering! Inderdaad werden verschillende 'Mark II' op korte afstand door het beruchte Duitse machinegeweervuur doorzeeft. Deze foute veronderstelling kwam de Duitsers echter duur te staan toen ze nadien met de nieuwe 'Mark IV' tanks werden geconfronteerd. De twaalf 'Mark I' en 'II' die in de zomer van 1917 nog resteerden, werden omgebouwd tot bevoorrading-tank. 


Mijn recentste aanwinst memorabilia van de 'Groote Oorlog' is een houten spaarpot (poging tot) schaalmodel van de "Iron Duke" - zo te zien ineen geknutseld door iemand destijds (minstens) emotioneel betrokken bij de trieste gebeurtenissen rond deze 'Mark II' tank - iemand van de bemanning...?
(verzameling Guido Deseijn alias Leflamand)

zondag 12 augustus 2018

Zondag: bij-tank-dag


VERGETEN STILLE HELDEN VAN HET HONDERDAGENOFFENSIEF...

Terwijl aan het front de Geallieerden op 8 augustus 1918 in een onverwacht door tanks ondersteund infanterieoffensief aan de Somme (foto boven) de volledig verraste Duitse bevelhebbers (die nauwelijks de tijd kregen artillerievuur te organiseren wegens aflossing van hun troepen) door het achterwege blijven van een voorafgaand langdurig Geallieerd artillerie bombardement, tot een chaotische terugtrekking werden gedwongen (foto onder) waarbij circa. 50.000 Duitse soldaten krijgsgevangen zijn gemaakt en zwaar materiaal massaal moest worden achtergelaten, begonnen deze door de tactiek van de 'verschroeide aarde' niet enkel bruggen, spoorwegen, munitiedepots, fabrieken enzoverder op te blazen, maar ook enkele der nog overgebleven aangehouden 'Geallieerde spionnen' in o.a. het Duits Etappegebied (rond Gent) achter het front te fusilleren in de laatste maanden vóór het einde van de Eerste Wereldoorlog. Zo gebeurde met de laatst gearresteerde leden van de Meetjeslandse spionagediensten genre 'Dienst Roze' en 'Dienst Poes' (waartoe o.a. de gebroeders Van de Woestijne -  Edgard, een werkloze spoorwegarbeider en Edmond, een verzekeringsagent uit Eeklo behoorden - de eerste is al in 1916 in de Gentse gevangenis aan de Nieuwe Wandeling gefusilleerd en de laatste in het Gravensteen amper één maand voor de Wapenstilstand. In Eeklo is een plein naar hen genoemd). 


Als enkele der laatsten van de vele duizenden verzetsstrijders in de Eerste Wereldoorlog zijn op 12 augustus 1918 in Gent Albert Vermoere en David Honoré gefusilleerd. De twee Belgische verzetslieden wonende in het Nederlandse Westdorpe bij Sas van Gent hadden zich laten inlijven bij de Britse inlichtingendiensten om informatie te smokkelen over en door de beruchte dodendraad aan de grens tussen Nederland en België. Honoré was al sinds 1915 actief in het illegaal overbrengen van brieven naar Nederland, Vermoere was nog maar pas actief. In juni waren de twee weer eens clandestien België binnengekomen en hielden zich schuil bij een boer in Moerbeke. Op 29 juni beschoten de twee een Duitse politieman en hielden zich daarna schuil in de velden. In de wijk Kruisstraat in Moerbeke, waar het incident had plaatsgegrepen, moesten de bewoners daarvoor vanwege de Duitse bezetter represailles ondergaan. Om die reden verraden door de boer die hen eerst onderdak had verleend, werden Albert Vermoere en David Honoré midden juli aangehouden en op een snel-proces beiden veroordeeld tot de dood met de kogel....
Zie verder hier (kik), hier (klik) en hier (klik). De beide laatste moeten als PDF worden geopend!

zondag 5 augustus 2018

Zondag: bij-tank-dag

DE BESLISSENDE VELDSLAG VAN DE "GROOTE OORLOG" AAN HET WESTELIJK FRONT TUSSEN 18 JULI EN 11 NOVEMBER 1918 IS BEGONNEN...

Last van de warmte hadden ze niet in de zomer van 1918 - de temperatuur steeg nooit boven de 15 à 20 graden... Of deze gematigde zomer toen meegespeeld heeft om een keerpunt te bieden in de vijandelijkheden is niet geweten - maar met een zomer zoals we nu meemaken zouden ze het dubbel lastig gehad hebben aan het front. Het laatste Duitse offensief - hun "Friedenssturm" - in de lente ingezet nabij Reims en aan de Marne, was tot staan gebracht dank zij het verweer van de Franse, Britse en 'verse' Amerikaanse troepen met steun van zware artillerie, bijna 550 Geallieerde tanks van alle types (360 zware Engelse Mark IV, 96 zgn. 'Whippettanks' Mark A en 90 Franse Renault FT) en zelfs vliegtuigen... Op donderdag 8 augustus werden de Duitse troepen daardoor  in 1 dag méér dan 10 kilometer teruggedreven. Zelfs de succesvolle Duitse opperbevelhebber Erich Ludendorff moest deze nederlaag toegeven: "Der 8. August ist der schwarze Tag des deutschen Heeres in der Geschichte dieses Krieges“. Die dag liepen de Duitse verliezen op tot 30.000 soldaten - waarvan de helft krijgsgevangen... 

De 'oorlogsmoeheid' sloeg niet enkel in de Geallieerde rangen toe - ook in de uitgedunde Duitse stellingen. Al telde men aan Duitse zijde nog 2,5 miljoen soldaten - de meesten werden slecht bevoorraad en waren uitgeput aan het einde van hun krachten... Midden augustus drong de legerleiding er tijdens een inderhaast samengeroepen bijeenkomst in het Belgische Spa al op aan om door de uitzichtloze verdediging van het front een wapenstilstand te overwegen. Wat eind september 1918 de Duitse regering deed besluiten onderhandelingen met de Geallieerden aan te knopen omdat de verdediging van het front elke dag zou kunnen begeven. Daarom begon het Duitse leger zich in alle stilte terug te trekken - en op 4 oktober werd Woodrow Wilson, de toenmalige Amerikaanse president, gecontacteerd om vredesonderhandelingen aan te knopen. 
Toch zouden de soldaten aan het front nog tot 11 november - de allerlaatste dag van de Eerste wereldoorlog - verder geconfronteerd blijven met oorlogsgeweld...
(verzameling Guido Deseijn alias Leflamand)

De 'samenvatting' van het oorlogsgeweld aan het Westelijk front tijdens de finale veldslag van de "Groote Oorlog" - een kat zou er haar jongen niet meer in herkennen... De linkse zware lijn toont het front op 18 juli, de rechtse bij de wapenstilstand op 11 november 1918...

zondag 29 juli 2018

Zondag: bij-tank-dag


NOG STEEDS 100 JAAR GELEDEN...

Met verenigde krachten zijn de Geallieerden in de week van 20 juli 1918 tussen Soissons en Reims een geweldig tegenoffensief begonnen nadat het laatste Duitse aanval tussen Aisne en Marne werd gestopt. Daarbij zijn méér dan een miljoen soldaten, bijna 500 tanks, zware artillerie en zelfs 500 vliegtuigen ingezet. De volledig verraste Duitsers die hun nieuw offensief voorbereidden, konden niet anders dan in allerijl de aftocht blazen. De Belgische nationale feestdag van 21 juli 1918 was de laatste die onder Duitse bezetting is gevierd...

Foto boven: Oprukkende Geallieerde strijdkrachten aan de Marne...

Foto onder: Terugtrekkende Duitse strijdkrachten aan de Marne...      *wink, big smile*



(verzameling Guido Deseijn alias Leflamand)

zondag 15 juli 2018

Zondag: bij-tank-dag

HET 'VERBORGEN' BELGENMONUMENT VOOR DE EERSTE WERELDOORLOG
NABIJ AMERSFOORT (NL)

Het 'Belgenmonument' - het opvallendste overblijfsel van de Eerste Wereldoorlog in Nederland - is door België geschonken ter herinnering voor de gastvrijheid bij de internering van gevluchte Belgische militairen tijdens de Eerste Wereldoorlog. 
Dit in omvang grootste monument van Nederland is zelfs bij kenners een onbekend ontwerp van de bekende Vlaamse architect Huib Hoste - de architect die recent terug in het nieuws kwam om reden van zijn acuut met afbraak bedreigde 'kubistische' tuinwijk 'Klein Rusland' nabij Zelzate (1921-1922).


Het Belgenmonument centraal op een luchtfoto tussen 1920 en 1940 met de oorspronkelijke hoofdingang (de herdenkingsmuur) gericht weg van het terrein van het voormalig militair interneringskamp (achtergrond). Het monument is van Hoste en de (niet afgewerkte) wegenaanleg is van Van der Swaelmen (met dank © Nederlands Instituut Militaire Historie)

Volgens de Vredesconferentie van Den Haag uit 1907 moest Nederland als neutraal land in een tijd van oorlog alle militairen die naar het land vluchtten ontwapenen en interneren. Na de inval van de Duitse troepen in België begin augustus 1914 werden de eerste gevluchte soldaten ondergebracht in leegstaande kazernes o.a. te Alkmaar, Amersfoort, Harderwijk, Groningen...  
Omdat de meeste kazernes algauw te klein waren voor de grote stroom militaire vluchtelingen werden in de nabijheid bijkomende tentenkampen opgericht. Naast de bijna 40.000 gevluchte Belgische soldaten moest Nederland daarenboven bijna één miljoen burgers opvangen. 
De eerste zwaarbewaakte interneringskampen waren allesbehalve optimaal, de leefomstandigheden waren er slecht, de onverwarmde barakken werden geteisterd door ratten. Er braken in het kamp Zeist opstanden uit waarbij acht doden en 18 gewonden te betreuren vielen. 
Door de golf van verontwaardiging die daarop volgde werd de verantwoordelijke Nederlandse minister van oorlog gedwongen de kampen te reorganiseren en het regime te humaniseren. 
Zeker in België werd met afschuw gereageerd op het drama in Kamp Zeist. België besloot dat er iets moest gebeuren om de omstandigheden voor de geïnterneerden te verbeteren. De raad besloot om zogenaamde werkscholen voor de militairen op te richten. Deze werden een groot succes. Een van de belangrijkste doelen, de bestrijding van het analfabetisme, werd glansrijk behaald. De werkscholen slaagden erin om ruim 5.000 soldaten te leren lezen en schrijven. Minstens zo belangrijk was dat veel soldaten in de praktijk vakkennis konden opdoen. Vakken als metselen, metaalbewerking, houtbewerking, landbouw en tuinbouw behoorden tot de opleidingen van de werkscholen.


Huib Hoste's ontwerp voor het Belgenmonument (links) en Louis Van der Swaelmen's voorstel voor de tuinaanleg (rechts) anno 1916

De geïnterneerden van het Kamp Zeist begonnen er in 1916-1917 aan de bouw van een monument dat de waardering moest uitdrukken voor de genoten gastvrijheid. Onder leiding van de Belgische architect Huib Hoste (1881-1957) kwam dit 'Belgenmonument' tot stand. Hun ontwerp werd zonder wijzigingen geaccepteerd. Voor de algemene opzet van het monument stelde zich landschaps-architect, nadien stedenbouwkundige Louis Van der Swaelmen (1883-1929) verantwoordelijk, die net als Huib Hoste naar Nederland was uitgeweken. 
Ook al had Hoste al vóór de Eerste Wereldoorlog in Nederland enkele studiereizen ondernomen, het is slechts tijdens zijn ballingschap dat hij van zijn neogotische en traditionele vooroorlogse architectuuropleiding afweek en radicaal voor de Nederlandse avant-garde koos onder invloed van o.a. Berlage maar ook De Stijl (Rob van 't Hoff, Theo van Doesbug, Jan Wils). Zo verzorgde hij een architectuurkroniek in De Telegraaf, en met Van der Swaelmen zetelde hij in het 'Comité Néerlando-Belge d'Art Civique', een afdeling van de 'Union internationale des Villes' waarbinnen de wederopbouw van het verwoeste België werd voorbereid.


Het Belgenmonument. Oorspronkelijke toestand in de jaren 1920 (links) en vandaag na de recente restauratie (rechts, carillon toegevoegd 1967)

In oktober werd door de 'Centrale Commissie der Werkscholen van de geïnterneerde Belgen in Nederland' met de steun van de Vlaamse kamparts Dr. De Beir (waarvoor Hoste in Knokke een villa zou ontwerpen anno 1924 - het zgn. 'Zwart Huis'), bij het stadsbestuur van Amersfoort het voorstel ingediend om een gedenkteken op te richten als blijk van waardering voor de genoten gastvrijheid. Het zou na voltooiing overgedragen worden aan de gemeente Amersfoort. De Belgische architect Huib Hoste maakte een ontwerp voor de Amersfoortse Berg, een van de hoogste toppen van de Utrechtse heuvelrug. De landschappelijke inpassing was het werk van de Belgische tuinarchitect Louis Van der Swaelmen die net als Hoste naar Nederland was gevlucht (met Van der Swaelmen zou Hoste ook samenwerken voor de stedenbouwkundige aanleg van zijn 'kubistische' tuinwijk Klein Rusland, en later voor de aanleg van een gedeelte van de tuinwijk Kapelleveld nabij Brussel). In mei 1917 werd gestart met de werkzaamheden aan het monument. Het zou tot het voorjaar van 1919 duren vooraleer het monument geheel afgewerkt was. 

De bouw van het monument werd uitgevoerd door geïnterneerde Belgische soldaten, bouwvakkers en leerlingen van de werkscholen in de kampen. 
Het monument is opgetrokken als expressionistische baksteenarchitectuur in een stijl die verwant is aan de Amsterdamse School. Dit blijkt uit de plasticiteit van de bouwmassa's, de toegepaste metselverbanden met diepe voegen en de uitvoering van onderdelen als deuromlijstingen, deuren en hekwerken. Het bestaat uit twee delen: een hoofdgebouw en een herdenkingsmuur, beide rijkelijk versierd met kunstwerken in natuursteen - bas-reliëfs ontworpen door de Zwitserse kunstenaar François Gos (hoofdgebouw) en Amsterdamse stadsbeeldhouwer Hildo Krop (herdenkingsmuur). Deze oorspronkelijk in beton gegoten reliëfs zijn om reden van beschadiging door betonrot, in 1957 vervangen door exemplaren in kalkzandsteen. 


Het Belgenmonument op de Amersfoortse Berg tijdens de recentste restauratie anno 2016 

De officiële overdracht aan het gemeentebestuur van Amersfoort heeft lang op zich laten wachten. Aanvankelijk zou de overdracht in 1917 plaatsvinden. Vanwege de uiterst gespannen verhoudingen tussen Nederland en België na de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog werd de overdrachtsdatum steeds uitgesteld. Pas in november 1938 vond de officiële plechtigheid plaats in aanwezigheid van de Nederlandse koningin en de Belgische koning. 
Door oorlogsomstandigheden niet in optimale omstandigheden tot stand gebracht moest het al in 1957, en 10 jaar later opnieuw hersteld. Toen is in de hoogste toren een carillon toegevoegd (die algauw stil moest worden gelegd wegens klachten van de omwonenden). 
In 1987 werd vastgesteld dat er weer dringende instandhoudingswerken moesten gebeuren. Deze duurden tot 2000 en toen is het ensemble op de Rijksmonumentenlijst opgenomen. 
Anno 2016 kreeg, in vooruitzicht van de honderd jaar herdenking, het complex uiteindelijk een grondige aanpak. De gevels van het hoofdgebouw worden volledig gerestaureerd - de funderingen versterkt, de baksteen en natuursteen gereinigd, evenals het carillon met 48 klokken. Ook worden technische installaties vervangen en voorzieningen aangebracht voor het verblijven van vleermuizen.  Ter gelegenheid van 100 jaar Eerste Wereldoorlog ging er uiteindelijk in oktober 2016 een herdenkingsplechtigheid door (klik hier) en (klik hier).

zondag 8 juli 2018

Zondag: bij-tank-dag

DE VERZWEGEN ACHTERHOEDE...

Tot midden september (dus netjes te bezoeken tijdens de vakantie aan de kust...) loopt te POPERINGE de recent geopende tentoonstelling "HEELKRACHT/HEALING" over DE ROL VAN DE BELGISCHE VERPLEEGSTERS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG (Gasthuiskapel - open 13:00-18:00 - ma gesloten - toegang gratis). Een niet te missen bezoek - samen met dat aan het Britse Talbot House in deze achterhoedestad nabij het front rond Ieper en het militair veldhospitaal aan de Lijssenthoek. Maak er een daguitstap van!

POPERINGE - Geallieerde 'etappenstad' net wat Gent was voor de Duitsers - was het zenuwcentrum voor militaire operaties: soldaten, bevoorrading, informatie, alles wat rond Ieper ingezet werd passeerde langs deze 'veilige stad' waar de Franse en Engelse troepen op verlof kwamen achter het front. Niemand kan zich vandaag in dit rustige stadje nog voorstellen dat het toen bruiste van het nodige 'uitgangsleven'... Het stadje van 10.000 inwoners kreeg 250.000 Britse troepen binnen haar wallen met de nodige problemen van dien in geïmproviseerde pubs, bordelen, cinema's, concertzalen, clubs...  Het "Talbot House" ("The Olde House" ofte "Every Man's Club") was een typisch Britse soldatenclub zonder onderscheid van rang met tuin waar men de nabije oorlog even kon vergeten (onder het uithangbord: "All rank abandon ye who enter here" en "To pessimists, way out!"). In de kapel - tevens geïmproviseerde concerthal - gingen optredens door van de "The Happy Hoppers", en werden films met Charlie Chaplin vertoond...  (doorlopend open 10:00-17:30 - ma gesloten - toegang €8 65+ €7)


In POPERINGE-LIJSSENTHOEK - een gehucht destijds 'Remy Siding' herdoopt - was van 1915 tot 1920 het grootste militair veldhospitaal achter het Westhoek front gevestigd: tenten en barakken hadden op piekperiodes 4000 hospitaalbedden ter beschikking. Het was aangesloten aan de spoorlijn Poperinge-Hazebroek voor triage en snelle evacuatie van gewonden. De aanpalende begraafplaats is de spiegel van het oorlogsgeweld in de zogenaamde 'Ieperboog', met bijna 11.000 graven op de grootste militaire begraafplaats van de Westhoek, in 1918 ontworpen door sir Reginald Blomfield, de architect van o.a. de Menenpoort.

De belangrijke rol van het medisch corps - in het bijzonder de verpleegsters - wordt toegelicht in het modern opgevatte WETENSCHAPPELIJK INTERPRETATIECENTRUM LIJSSENTHOEK opgestart 2012 in samenwerkingsverband tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Stad Poperinge, het Talbot House, de Commenweath War Graves Commission, het Flanders Fields Museum, het Memorial Passchendaele en het Netwerk 'Oorlog en Vrede in de Westhoek'. 
Ietwat buiten het traditioneel circuit gelegen rond de Herdenking van de Groote Oorlog is dit moderne bezoekerscentrum herinnerend aan de toenmalige barakken, nochtans het bezoeken waard... (dagelijks geopend tussen 9:00 en 18:00 - toegang gratis).

Zie ook hier (klik) en hier (klik), bij deze laatste link de pdf openen die je onderaan de balk vindt.