maandag 23 november 2015

Design Museum 6


De vernieuwde opstelling hedendaags design laat zien wat vormgeven voor Maarten Van Severen (1956-2005) betekende. Over generaties en nationaliteiten heen brengt de presentatie zijn ontwerpen in verband met die van anderen: designers, architecten en kunstenaars van wie het werk hem geïnspireerd heeft of verwantschap vertoont met het zijne. Ze belicht aspecten van vormgeving die nog steeds relevant zijn voor ontwerpers van vandaag.

Maarten Van Severen (klik) was geen designer die zijn ontwerp op papier zette en vervolgens de uitvoering ervan overliet aan een producent. Hij was een ‘maker’, die voeling had met de eigenheid en de mogelijkheden van materialen, en die de ‘maakbaarheid’ van dingen onderzocht via trial-and-error. Zijn uitgepuurde vormentaal hield nauw verband met zijn feilloos gevoel voor verhoudingen, bijvoorbeeld bij het bepalen van de dikte van een legplank. Onmiskenbaar is ook zijn affiniteit met de minimal art, met name de ruimtelijke impact en het materiaalgebruik. ‘Ik werk op de grens van het bruikbare meubel en het onbruikbare object’, aldus Van Severen. Zijn meubels waren ‘mentale voorwerpen’, uitvoeringen van een beeld in zijn hoofd. Maarten Van Severen was dan ook geboeid door de meest uiteenlopende onderwerpen uit verschillende culturen, plekken en tijden: voorwerpen, meubeltypes, materialen, gereedschap, houdingen van mensen, licht, patronen, texturen. De vele foto’s uit zijn archief en de boeken en souvenirs in de tentoonstelling tonen de rijkdom waaruit hij putte. Mijn impressie van deze verdieping kan je hier (klik) bekijken).

En hiermee zijn we aan het laatste item over het Design Museum (klik) gekomen. Morgen trekken we naar Schaarbeek bij Brussel, virtueel dan, want momenteel blijf je er beter een eindje vandaan. Wat we daar gaan bekijken? Voor ons een weet, voor jullie een vraag *wink, big smile*.

zondag 22 november 2015

Zondag: bij-tank-dag


We zouden het bijna vergeten door het onverwacht succes van de tanks op het slagvelden aan de Somme (september 1916), Chemin des Dames en Verdun (april en oktober 1917), Cambrai (december 1917)  - maar honderd jaar geleden vormden vooral de Zeppelin-luchtschepen een reëel gevaar boven het front (verkenningsvluchten als aanvulling van zware artillerie) en bombardementen op Engeland... Na in 1914 in België Luik en Antwerpen te hebben belaagd als steun aan de invallende Duitse troepen, begonnen (naast enkele boven Frankrijk) in januari 1915 de strategische Zeppelin-raids boven Engeland ("Gott strafe Engeland"). Het zouden er meer dan 50 worden (door 39 Zeppelins in 1915, 123 in 1916, 40 in 1917-1918), vanaf mei 1917 ondersteund door bombardementen met de (eveneens) gevreesde Gotha-vliegtuigen. De laatste Zeppelin-raid boven Engeland gebeurde in augustus 1918.

In het begin van de Eerste Wereldoorlog ("the war to end all wars...") werd ook boven het neutrale Nederland door Zeppelins gevlogen richting Engeland - waarna steevast diplomatiek protest volgde... Toen de Duitse keizer in 1918 door de Duitse militaire 'junta' van Ludendorff en Hindenburg opzij werd geschoven vluchtte hij via Spa naar Nederland. Nederland zou hem diplomatiek asiel verlenen onder de bescherming van zijn verre verwanten, de Oranjes. Nederland weigerde hem, in ruil voor zijn verdere onthouding van politieke activiteiten, als oorlogsmisdadiger uit te leveren aan de Geallieerden. Hij verbleef van 1920 tot zijn dood in 1941 op zijn landgoed Huis Doorn nabij Utrecht. Daar had hij 'om zich thuis te voelen' per spoor enkele 'kleinoden' laten overbrengen uit zijn kastelen in Duitsland - goed voor 59 wagonladingen...  

Vertaling spotprent op de afgebeelde postkaart: "Dat schijnt niet veel indruk op hen te maken..." met links de 'vader' van de Zeppelin, de gelijknamige graaf Ferdinand ('PaPa') met zijn opvallend hoofddeksel, en rechts de Duitse keizer Wilhelm II, Friedrich Wilhelm von Preussen ('FiFi')... (verzameling Guido Deseijn aka Leflamand)

zaterdag 21 november 2015

Design Museum 5


We beginnen het weekend op een ietwat luchtige & grappige wijze, zo kunnen jullie blij van gemoed de dag beginnen hihi. De Social Wall van de Vlaamse illustratrice Eva Mouton, met een eigenzinnige kijk op clichés over Belgen en Nederlanders is een must-see. Ik verwijs hier graag naar deze link (klik) én naar mijn foto's (klik) er van.
Wie zeker niet irritant zijn is mijn zus en haar bende die vandaag ónze dag zullen opvrolijken!

vrijdag 20 november 2015

Design Museum 4


1965 - 1985
MASSACULTUUR
De massaproductie van gebruiksgoederen komt in Nederland en België goed op gang in de jaren 1960. Kunststof wordt een betaalbaar en populair materiaal. In de industriële ontwerpen worden de kleuren nog intenser en vrolijker dan voorheen.

1970 - 1990
PUBLIEKE RUIMTE
Overheid en semi-overheid (openbaar vervoer, postbedrijf) worden opdrachtgevers voor de inrichting van de openbare ruimte. Een zakelijke ontwerpvisie staat hierin heel lang centraal. De overheid meent - vooral in Nederland - een opvoedende taak te moeten vervullen. Logo’s van openbare en commerciële instellingen gaan in deze jaren een steeds grotere rol spelen.

1975 - 2000
TEGENDRAADS
Door aandacht in de pers en internationale prijzen krijgt het publiek meer waardering voor design. Bedrijven pakken uit met hun sterontwerpers. Designers krijgen eindelijk een gezicht, in navolging van kunstenaars en modeontwerpers. Media bepalen meer en meer de kijk op vormgeving.

2000 - 2015
DESIGN-DENKEN
Omstreeks 2000 worden de idealistische en sociaaleconomische waarden van het ontwerpen opgepoetst. In het zogenaamde design-denken staan de mens en de natuur centraal. De designer wordt geacht door zijn creatieve vermogen ‘out of the box’ te kunnen denken en onverwachte oplossingen te bieden voor tal van maatschappelijke problemen. Het eindresultaat hoeft niet primair een tastbaar product te zijn: soms is het een proces, een dienst, een attitude of een discussie.

Dit alles (klik) is te zien in het oud gedeelde van dit museum waarvoor de vaste collectie even plaats moest ruimen. En vanavond zal de vrijdag voor het weekend plaats ruimen, bij de noeste werkers onder ons een blij moment! *wink, big smile*

donderdag 19 november 2015

Design Museum 3


WEDEROPBOUW
Na de oorlog komt de productie van meubels, serviezen en interieurtextiel weer snel op gang, zowel in België als in Nederland. Honderdduizenden nieuwe woningen verrijzen om de grote woningnood op te lossen. Idealistische ontwerpers en designorganisaties slaan vaak een belerende toon aan. Zij pretenderen te weten wat goed en smaakvol is. De in massa geproduceerde huishoudvoorwerpen maken het leven aangenaam.

1958
EXPO 58
Op ‘Expo 58’ in Brussel, de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling, meten België en Nederland zich opnieuw met vele landen. Natuurlijk is de aanwezigheid van gastland België groter dan die van Nederland. Het vooroorlogse functionalisme blijft bepalend voor de vormgeving, maar nieuwe materialen en technieken worden toegepast. De invloeden van de Scandinavische, Amerikaanse en Italiaanse vormgeving zijn opvallend.

1955 - 1975
KUNSTZINNIG ONTWERPEN
In de jaren 1950-1960 blijft, als tegenwicht voor het industriële massaproduct, de belangstelling voor de unieke, ambachtelijke creatie groot. Kunst en ambacht verenigen zich in een heropleving van de decoratieve kunsten.

Wil je er mijn reportage van zien? Klik dan hier. En wie heel oplettend is ziet het grapje dat in deze 'melkmachine'  verborgen zit *wink, big smile*.

woensdag 18 november 2015

Design Museum 2



1880 - 1910
DE KOLONIËN EN HET VERRE OOSTEN
Vooruitstrevende ontwerpers laten zich in hun zoektocht naar een nieuwe vormentaal inspireren door verre, exotische landen. In navolging van Frankrijk ondergaan zowel België als Nederland de stimulerende invloed van de Japanse kunst. Vanzelfsprekend spelen de eigen koloniën ook een prominente rol. De invloeden uit Belgisch Congo en Nederlands-Indië komen eerder tot uitdrukking in de keuze van materialen en technieken dan in de vormen.

1890 - 1915
KUNST EN HANDWERK
Een groeiende onvrede met de industriële productie en heimwee naar ambachtelijke tradities stimuleren een hereniging van kunst en handwerk. De Engelse Arts and Crafts-beweging en de geschriften van William Morris (1834-1896) vormen voor beide landen een inspiratiebron. In kleinschalige ateliers worden vernieuwende en artistiek vormgegeven interieurobjecten gemaakt.

1902
TURIJN
In tegenstelling tot de grote 19e-eeuwse wereldtentoonstellingen, waar techniek, handel en industrie centraal stonden, worden de landen op de ‘Prima Esposizione Internazionale d’Arte Decorativa Moderna’ uitgenodigd om hun beste voorbeelden van decoratieve kunst te tonen.

1915 - 1935
DECORATIEVE LUXE
Deels in het kielzog van de decoratieve art nouveau en deels uit verzet tegen een moderne, functionalistische wooncultuur verkiest de burgerij niet zelden een luxueuze interieurvormgeving. Na een uitputtende wereldoorlog is er behoefte aan meer pronk en sier. Sommige ontwerpers kiezen ongeremd voor verfijnde technieken en rijke materialen. België staat nog steeds onder invloed van Frankrijk. Nederland ontwikkelt een eigenzinnige Amsterdamse School-stijl.

1925
PARIJS
De ‘Exposition des Arts Décoratifs et Industriels Modernes’ vormt niet alleen het hoogtepunt van de sierlijke art deco maar ook de internationale erkenning van het utopisch modernisme. De tegengestelde maatschappelijke visies van beide stromingen worden voor het eerst duidelijk. De tweestrijd tussen sier en functionaliteit blijft tot op heden woeden.

1925 - 1940
UTOPISCH MODERNISME
In de jaren 1920 ontstaat een nieuwe stroming die niet bang is voor de moderne tijd en de industrie. De rationele modernisten verwachten heel veel heil van een goed vormgegeven, betaalbaar massaproduct. Licht, lucht, ruimte en hygiëne zijn de kernwoorden voor het functionele interieur.

1940 - 1945
IN DE OORLOG
Gedurende de oorlogsjaren wordt er, door gebrek aan grondstoffen en energie, minder ontworpen en geproduceerd. Meerdere fabrieken sluiten.
Andere bedrijven produceren enkel de levensnoodzakelijke gebruiksvoorwerpen. Een handvol vormgevers doet zijn werk in de schemerzone. Anders dan de Nederlandse vormgevers putten meerdere jonge Belgische ontwerpers uit de regionale folklore.

Foto's zien? Klik dan hier. Deze samenwerking tussen Nederland en België is imo meer dan de moeite van een bezoekje waard... Voor herhaling vatbaar dus!

dinsdag 17 november 2015

Design Museum 1


Het Design museum Gent toont in samenwerking met Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam een overzicht van 200 jaar vormgeving uit België en Nederland. Ruim 500 zorgvuldig geselecteerde designobjecten, variërend van rijk bewerkt zilver, glaswerk en keramiek tot hedendaagse meubels, mode en grafisch design, zijn in chronologische volgorde, parallel aan elkaar te zien.
Van empire via neorenaissance naar art deco en recentere ontwikkelingen als eco-design en social design: de tentoonstelling onthult opvallende overeenkomsten of verrassende verschillen tussen de twee landen. Het is de eerste keer dat de ontwerppraktijken van België en Nederland op deze schaal worden vergeleken.
Van beide landen zijn de beste ontwerpers en ontwerpen uit twee eeuwen naast en tegenover elkaar te zien. Van de sierlijke Belgische art nouveau tot de strakke Nederlandse variant en van onze verfijnde ambachtelijkheid tot het meer conceptuele design bij onze noorderburen.

1815 - 1840
KONINKLIJKE OPDRACHTEN
Willem I verleent in zijn Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) opdrachten aan kunstenaars en manufacturen in de noordelijke én zuidelijke provincies. Nieuwe en verbouwde paleizen moeten passend worden ingericht. Na de onafhankelijkheid van België doet Leopold I niet onder voor zijn Nederlandse collega.

1840 - 1870
OPKOMENDE INDUSTRIE
Glas- en keramiekfabrieken, meubelfabrieken, katoenweverijen en -drukkerijen, ijzergieterijen en blikfabrieken werken halverwege de 19e eeuw nog niet met professionele ontwerpers. Voor nieuwe creaties zoekt men vaak inspiratie in voorbeeld- en ornament-boeken. Tevens is het niet ongebruikelijk om het werk van succesvolle concurrenten te kopiëren.

1850 - 1880
HANDHAVEND AMBACHT
Veruit de meeste sier- en gebruiksvoorwerpen worden in de 19e eeuw nog steeds in kleine ambachtelijke ateliers gemaakt. De productie gaat terug op eeuwenoude tradities, de mechanisering treedt er slechts geleidelijk in. Vaklui treden in concurrentie met de fabrieken en spelen in op de veranderende vraag van de klant.

1851
LONDEN
Niet minder dan 512 Belgische en 114 Nederlandse bedrijven zenden hun producten naar de ‘Great Exhibition of the Works of Industry of all Nations’, de eerste internationale krachtmeting van de zich snel moderniserende maatschappij. Ten opzichte van de Britse en de Franse inzendingen ogen ze eerder bescheiden. Groot-Brittannië imponeert met zijn vergevorderde industriële techniek, Frankrijk met zijn traditionele gevoel voor smaak. De tentoonstelling brengt in heel Europa een discussie over eclectische vormgeving op gang.

1860 - 1890
ROEMRIJK VERLEDEN
Gedreven door romantisch nationalisme laten ontwerpers zich steeds vaker inspireren door het roemrijke verleden. Nederland kijkt bij voorkeur terug naar zijn gouden 17e eeuw. Beide landen kiezen voor de 15e-eeuwse gotiek waar het gaat om katholieke architectuur en interieurs. Voor de bourgeoisie is de ornament-rijke renaissance favoriet. Maar ook Franse rococo en classicisme vallen bijzonder in de smaak.

Natuurlijk liet ik me er zoals altijd weer gaan met het nemen van foto's hihi, klik daarvoor maar hier.
En de volgende dagen gaan we verder op verkenning doorheen deze mooie tentoonstelling...