donderdag 29 oktober 2015

ARTS et METIERS TRANSPORT LUCHT


In 1783 vond de eerste ballonvlucht plaats met een heteluchtballon door de gebroeders Montgolfier. Otto Lilienthal lukte het in 1894 voor het eerst te glijden op de lucht, en hij vond zo het zweefvliegen uit. Ferdinand Graf von Zeppelin bouwde in 1900 zijn eerste Zeppelin, een luchtschip gevuld met gas.

De eerste vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig werd geclaimd door Gustav Whitehead (Weißkopf) uit Duitsland, die beweerde dat hij op 14 augustus 1901 in Fairfield (Connecticut) met zijn vliegtuig Number 21 (20 PK-motor, die draaide op acetyleen en perslucht) 800 meter ver vloog op 15 meter hoogte en vervolgens veilig landde. Zijn vlucht werd verslagen door een journalist van het dagblad Bridgeport Herald, die echter geen foto's maakte. Whitehead zelf heeft zijn vlucht niet schriftelijk vastgelegd, zodat voor deze bewering geen sluitend bewijs is. De Duitser Karl Jatho beweerde op 18 augustus 1903 in Hannover, Duitsland te hebben "gevlogen" over een afstand van 20 meter, op 30 centimeter hoogte, en hiervoor 4 ooggetuigen te hebben. In november van datzelfde jaar verbeterde hij dit tot een afstand van circa 60 meter, op 3 meter hoogte. Deze vlucht wordt echter beschouwd als "ongecontroleerd" (geen controle hebbend over de besturingsorganen).

De gebroeders Wright uit de Verenigde Staten waren de eersten die een gecontroleerde vlucht maakten. Hun Wright-Flyer was een gemotoriseerd vliegtuig dat een vlucht maakt, in december 1903. De Fransman Louis Blériot was in 1909 de eerste die het Kanaal door de lucht bedwong. De Amerikaan Charles Lindbergh was de eerste piloot die solo en non-stop over de Atlantische Oceaan vloog. De Heinkel He 178 was 's werelds eerste vliegtuig aangedreven door een turbojetmotor en het eerste praktische straalvliegtuig. Het was een zelfstandig project van de Duitse vliegtuigproducent Heinkel.

Vanaf 1944 kwamen de eerste militaire straalvliegtuigen, die ervoor zorgden dat veel hogere snelheden bereikt konden worden dan het tot dan toe gebruikelijke maximum van 500 tot 600 km per uur. De Messerschmitt Me 262 bijgenaamd Schwalbe (zwaluw) was het eerste operationele jachtvliegtuig aangedreven door straalmotoren.
Het allereerste straalvliegtuig voor het vervoer van personen was de de Havilland Comet in 1951 en de eerste lijnvlucht werd uitgevoerd in 1952.

Te moeilijk? Te veel leerstof ook? Kijk dan maar naar de prentjes, en wel hier.
Goed hé dat ik jullie eens aan de oren trok, de klas was er weer voltallig gisteren *wink, big smile*.

woensdag 28 oktober 2015

ARTS et METIERS TRANSPORT AARDE


Vervoer of transport is het verplaatsen van personen of goederen (juridisch "zaken"). Dit kan met bijvoorbeeld de auto, fiets, trein, per vliegtuig, enzovoort.

Bij vervoer kan het gaan om tastbare zaken van dingen (bijvoorbeeld goederenvervoer), vloeistoffen (bijvoorbeeld olietransport), gassen (bijvoorbeeld aardgas), dieren (bijvoorbeeld veetransport) of mensen (personenvervoer), maar ook om niet direct tastbare zaken zoals energie (bijvoorbeeld elektriciteitstransport of warmtetransport) of informatie (bijvoorbeeld datatransport).

Voor het vervoer wordt gebruikgemaakt van vervoermiddelen. Elk type vervoer kent hiervoor zijn eigen specifieke vervoermiddel(en). Het proces van verplaatsingen wordt verkeer genoemd. Bij deze vormen van vervoer verandert het vervoermiddel van plaats en daarmee de zaken. Maar er is ook vervoer door middel van vervoermiddelen die op hun plaats blijven, zoals pijpleidingen, kabels, e.d.

Het woord "transport" is samengesteld uit het Latijnse trans dat over betekent, en portare, wat dragen betekent. Ook kan gewezen worden op de link tussen trans (doorheen) en porta (poort), waardoor het begrip zeehaven (seaport) een duidelijke betekenis krijgt als "zeepoort". Transport bijgevolg kan dus evengoed begrepen worden in de zin dat goederen, personen en data met behulp van dragers EN door interfaces (knooppunten, poorten) hun uiteindelijke bestemming bereiken.

Natuurlijk heb ik ook deze keer de les met wat 'prentjes' verlucht, klik daarvoor maar hier. Hoewel... ik heb de indruk dat de lessen stilaan gaan vervelen want het absenteïsme is groot, er wordt precies heel veel gespijbeld tegenwoordig! *wink, big smile*.

dinsdag 27 oktober 2015

ARTS et METIERS MECHANICA

De mechanica is het onderdeel van de natuurkunde dat zich bezighoudt met evenwicht en beweging van voorwerpen onder invloed van de krachten die erop werken. Ze bestaat uit verschillende onderdelen, die van toepassing zijn in uiteenlopende situaties:
- theoretische mechanica:
kinematica (bewegingsleer);
dynamica (krachtenleer):
statica (evenwichtsleer);
kinetica (samenhang tussen bewegingen en krachten);
- aerodynamica (gedragingen van gassen);
- hydrodynamica (gedragingen van vloeistoffen);
- sterkteleer (toegepaste mechanica).

In het oude Griekenland was de mechanica een onderdeel van de filosofie en werd dus beoefend door filosofen als Archimedes en Aristoteles. De laatste nam aan dat de 'natuurlijke' toestand van alle voorwerpen er een van rust was. Men verklaarde de beweging van de hemellichamen, die immers nooit stilstonden, door aan te nemen dat ze aan hemelse bollen vastzaten die door een onbekende kracht om de aarde draaiden; dit wereldbeeld staat bekend als dat van Ptolemeus of het geocentrische wereldbeeld.

Wie iets meer wil weten van de verder ontwikkelingen in de mechanica door de eeuwen heen, klikt hier  Wie alleen onze foto's wil bekijken (en dat mag beslist ook hoor!) klikt hier.

maandag 26 oktober 2015

USA Filmpaleizen: nog tot 31/1/2016...


In samenwerking met het Deutsches Filmmuseum in Frankfurt am Main tonen Yves Marchand en Romain Meffre in het Gentse Caermersklooster (klik) 30 prachtige foto's. Beide Parijse fotografen hebben al langer een fascinatie voor ruïnes, getuige daarvan hun internationale project Ruins of Detroit. Sinds 1910, maar vooral vanaf 1920 zijn er in de USA duizenden cinema's gebouwd, een aantal daarvan als echte 'filmpaleizen'. 
In deze tentoonstelling tonen beide fotografen enkele van die monumentale, historische en architecturaal indrukwekkende gebouwen. Hoewel die cinemapaleizen vandaag vaak in een vervallen toestand verkeren, getuigen deze foto's van hun gloriedagen.

Het is onmogelijk het knappe ervan in een fotoreportage te gieten, als je hier dan ook klikt krijg je er slechts een impressie van die jullie misschien zal aanzetten ze eens in het echt te gaan bekijken...
Hopelijk beginnen jullie nu aan een fijne, nieuwe week, uitgerust door het weekend ook zodat we morgen weer met de lessen kunnen starten *wink, big smile*.

zondag 25 oktober 2015

Zondag: bij-tank-dag


Spijts de aanvankelijk tegenvallende maar uiteindelijk toch succesvolle inzet van tanks (vooral de Franse Renaults FT-17) die samen met de hulp van ‘verse’ Amerikaanse troepen vanaf 1917 het einde van de Eerste Wereldoorlog hielpen bespoedigen - bleven de ‘klassieke’ pantserauto’s (auto-mitrailleuses of armoured cars) verder goed ‘hun werk’ doen. In zoverre dat deze snelle en wendbare voertuigen met lichte bewapening ook na 1914-1918 -vlotter dan de tanks- overal waar nodig in gebruik bleven en zelfs verbeterd werden. De Citroën-Kegresse bijvoorbeeld, met zijn dubbele rupswiel-aandrijving achteraan, is naast voor militaire ook voor ‘burgerlijke’ doeleinden ontwikkeld en bewees zijn degelijkheid tijdens wereldwijde expedities in uiterst moeilijke omstandigheden. Geen wonder dat naast het tank-speelgoed in de jaren 1920 en 1930, ook de pantserauto’s populair waren.
(verzameling Guido Deseijn aka Leflamand)

zaterdag 24 oktober 2015

Filmtheaters in Gent


We laten het Musée des Arts et Métiers even voor wat het is en gaan nu iets helemaal anders doen: omdat jullie zo braaf hebben opgelet deze week *wink, big smile*, trekken we naar de bioscoop!

In 1896 vindt in Gent de eerste publieke vertoning plaats van de cinematograaf van de gebroeders Lumière. Al van bij de start kent de stad een erg florerende bioscoopcultuur. Tijdens het interbellum beleeft het publiek film in glamoureuze filmpaleizen, tweederangs-bioscopen of rumoerige wijkzalen, parochiezaaltjes en volkshuizen. Het filmvertier van de Gentenaar bestaat uit premières in Capitole, Franse pikante films in Savoy, Hollywood in Eldorado of Rex, avontuur in Century, Duitse musicals in Plaza of het 'echte naakt' in het 'Leopolleke'. Ook speelde Gent goed in op de veranderingen in de cinemawereld: van de stille film met livemuziek naar cinematoscoop en 3D-filmprojectie.
De bioscopen bleven bestaan ondanks diverse diepe crisissen.
In 1981 opende Decascoop - nu Kinepolis Gent - de eerste echte multiplex in Europa: een vernieuwer in de filmentertainmentbusiness! En de cinefiel kan nog steeds zijn hart ophalen in de karaktervolle arthousecinema’s Sphinx en Studio Skoop.

Een kleine impressie van een knappe tentoonstelling daarover die nog tot 31 december 2016 in het Gentse Caermersklooster (klik) loopt is hier (klik) te vinden. En voor daarna: fijn weekend lieve webbies! Zelf zitten wij straks gezellig samen met mijn zus en haar bende...

vrijdag 23 oktober 2015

ARTS et METIERS ENERGIE ELEKTRISCH


Elektriciteit is genoemd naar 'elektron', het Griekse woord voor barnsteen. Statische elektriciteit kan namelijk worden opgewekt door met een wollen lap over stuk barnsteen te wrijven. Dit verschijnsel  is al bekend van in de oudheid. Van de 17de tot 19de eeuw werden de basisprincipes verder wetenschappelijk bestudeerd (Van Musschenbroek's Leidse fles, Franklin bliksemafleider, Coulomb's elektrostatische wetten ) in aanloop van de praktische toepassingen nadien (Volta's batterij 1800, Faraday's elektromotor en dynamo 1821). Op het einde van de 19de eeuw vond elektriciteit ruimer industriële toepassing , vooral na de 'elektriciteit'-wereldtentoonstellingen van Wenen in 1873 (voorstelling Gramme's dynamomotor 1869) en Parijs 1881 (introductie elektrische verlichting) door toedoen van meerdere uitvinders waaronder Edison (o.a. gloeilamp 1879), Tesla (o.a. wisselstroom 1900), Siemens (o.a. kabelisolatie en generator), Bell (o.a. telefonie), Lord Kelvin (o.a. telegrafie en thermodynamica)...

Het opwekken van elektriciteit gebeurde, ter vervanging van mechanische energie geproduceerd door stoommachines, aanvankelijk voor eigen gebruik in de fabrieken met stroomgeneratoren (op stoom, later op gas). Elektriciteitsproductie voor energieverdeling op grote schaal en voor openbare verlichtingsdoeleinden (toen nog met zgn. 'booglampen') werd slechts veel later ingevoerd. Edison's Pearl Street Station'in New-York (USA) heet de eerste centrale ter wereld te zijn (1882).
De (vermoedelijk) eerste 'centrale' voor openbare verlichting als dusdanig is in België opgericht in 1880 (de particuliere Jasparcentrale voor de verlichting van het Rogierplein, in 1885 gevolgd door de Mignotcentrale voor de verlichting van de winkelvitrines in de Brusselse Nieuwstraat, en in 1890 was Ninove de eerste Belgische stad die de elektrificatie van de hele gemeente ambieerde, zoals kort nadien ook de stadsbesturen van Antwerpen 1892, Izegem 1901, Gent 1910), en in Nederland in 1878 (de Electrische Verlichtings-Maatschappij Wisse & Co uit Den Haag, in 1882 gevolgd door de NV Nederlandsche Electriciteit-Maatschappij, Mijnssen & Co en Willem Smit & Co, en in 1886 door de Rotterdamse Electrische Verlichting Kinderdijk - alhoewel al veel vroeger voor het eerst elektrisch booglicht in Nederland privaat is gebruikt, in 1854 op een bouwwerf te Zevenbergen). 
(samengevat uit o.a. Wikipedia - zie meer details voor Nederland hier)

En voor de foto's van de tentoongestelde toestellen in het Musée des Arts et Métiers kan je hier klikken. Daarom verlucht ik de blijkbaar zware kost voor sommigen ook met prentjes hé, je hoeft niet alles te lezen wat hier staat hoor als je die maar bekijkt...