zaterdag 24 oktober 2015

Filmtheaters in Gent


We laten het Musée des Arts et Métiers even voor wat het is en gaan nu iets helemaal anders doen: omdat jullie zo braaf hebben opgelet deze week *wink, big smile*, trekken we naar de bioscoop!

In 1896 vindt in Gent de eerste publieke vertoning plaats van de cinematograaf van de gebroeders Lumière. Al van bij de start kent de stad een erg florerende bioscoopcultuur. Tijdens het interbellum beleeft het publiek film in glamoureuze filmpaleizen, tweederangs-bioscopen of rumoerige wijkzalen, parochiezaaltjes en volkshuizen. Het filmvertier van de Gentenaar bestaat uit premières in Capitole, Franse pikante films in Savoy, Hollywood in Eldorado of Rex, avontuur in Century, Duitse musicals in Plaza of het 'echte naakt' in het 'Leopolleke'. Ook speelde Gent goed in op de veranderingen in de cinemawereld: van de stille film met livemuziek naar cinematoscoop en 3D-filmprojectie.
De bioscopen bleven bestaan ondanks diverse diepe crisissen.
In 1981 opende Decascoop - nu Kinepolis Gent - de eerste echte multiplex in Europa: een vernieuwer in de filmentertainmentbusiness! En de cinefiel kan nog steeds zijn hart ophalen in de karaktervolle arthousecinema’s Sphinx en Studio Skoop.

Een kleine impressie van een knappe tentoonstelling daarover die nog tot 31 december 2016 in het Gentse Caermersklooster (klik) loopt is hier (klik) te vinden. En voor daarna: fijn weekend lieve webbies! Zelf zitten wij straks gezellig samen met mijn zus en haar bende...

vrijdag 23 oktober 2015

ARTS et METIERS ENERGIE ELEKTRISCH


Elektriciteit is genoemd naar 'elektron', het Griekse woord voor barnsteen. Statische elektriciteit kan namelijk worden opgewekt door met een wollen lap over stuk barnsteen te wrijven. Dit verschijnsel  is al bekend van in de oudheid. Van de 17de tot 19de eeuw werden de basisprincipes verder wetenschappelijk bestudeerd (Van Musschenbroek's Leidse fles, Franklin bliksemafleider, Coulomb's elektrostatische wetten ) in aanloop van de praktische toepassingen nadien (Volta's batterij 1800, Faraday's elektromotor en dynamo 1821). Op het einde van de 19de eeuw vond elektriciteit ruimer industriële toepassing , vooral na de 'elektriciteit'-wereldtentoonstellingen van Wenen in 1873 (voorstelling Gramme's dynamomotor 1869) en Parijs 1881 (introductie elektrische verlichting) door toedoen van meerdere uitvinders waaronder Edison (o.a. gloeilamp 1879), Tesla (o.a. wisselstroom 1900), Siemens (o.a. kabelisolatie en generator), Bell (o.a. telefonie), Lord Kelvin (o.a. telegrafie en thermodynamica)...

Het opwekken van elektriciteit gebeurde, ter vervanging van mechanische energie geproduceerd door stoommachines, aanvankelijk voor eigen gebruik in de fabrieken met stroomgeneratoren (op stoom, later op gas). Elektriciteitsproductie voor energieverdeling op grote schaal en voor openbare verlichtingsdoeleinden (toen nog met zgn. 'booglampen') werd slechts veel later ingevoerd. Edison's Pearl Street Station'in New-York (USA) heet de eerste centrale ter wereld te zijn (1882).
De (vermoedelijk) eerste 'centrale' voor openbare verlichting als dusdanig is in België opgericht in 1880 (de particuliere Jasparcentrale voor de verlichting van het Rogierplein, in 1885 gevolgd door de Mignotcentrale voor de verlichting van de winkelvitrines in de Brusselse Nieuwstraat, en in 1890 was Ninove de eerste Belgische stad die de elektrificatie van de hele gemeente ambieerde, zoals kort nadien ook de stadsbesturen van Antwerpen 1892, Izegem 1901, Gent 1910), en in Nederland in 1878 (de Electrische Verlichtings-Maatschappij Wisse & Co uit Den Haag, in 1882 gevolgd door de NV Nederlandsche Electriciteit-Maatschappij, Mijnssen & Co en Willem Smit & Co, en in 1886 door de Rotterdamse Electrische Verlichting Kinderdijk - alhoewel al veel vroeger voor het eerst elektrisch booglicht in Nederland privaat is gebruikt, in 1854 op een bouwwerf te Zevenbergen). 
(samengevat uit o.a. Wikipedia - zie meer details voor Nederland hier)

En voor de foto's van de tentoongestelde toestellen in het Musée des Arts et Métiers kan je hier klikken. Daarom verlucht ik de blijkbaar zware kost voor sommigen ook met prentjes hé, je hoeft niet alles te lezen wat hier staat hoor als je die maar bekijkt...

donderdag 22 oktober 2015

ARTS et METIERS ENERGIE MECHANISCH


Het woord energie komt van het Griekse Energeia, dat waarschijnlijk voor het eerst wordt gebruikt in het werk van Aristoteles in de 4e eeuw voor onze tijdrekening.
Energie is een natuurkundige grootheid die wordt gedefinieerd door de hamiltoniaan. De SI-eenheid van energie is joule. Energie wordt vaak aangeduid als de mogelijkheid om arbeid te verrichten, of ruimer: de mogelijkheid om een verandering te bewerkstelligen.

Energie wordt vanouds gewonnen met behulp van water-, wind en stoomkracht, in volgorde van ouderdom. Waterkracht is de naam voor energie die sinds de oudheid wordt ontleend aan water via watermolens, hetzij door gebruik te maken van een hoogteverschil hetzij door gebruik te maken van de stroomsnelheid van water (bv. getijde-molens). Watermolens raakten verspreid over Europa in de Romeinse periode. Men onderscheidde vanouds vaste watermolens, maar ook zgn. drijvende schipmolens, naast ros- en tredmolens. 

Voor het opwekken van mechanische energie is het waarschijnlijk dat sinds de 12e eeuw ook het gebruik van de windmolen in West-Europa opgang maakte, daar waar in vlakke binnenlanden de omstandigheden voor watermolens ongunstig waren. De oudste nog bestaande windmolen van de Lage Landen dateert vermoedelijk uit 1183 en werd gebouwd in het graafschap Vlaanderen te Wormhout. De oudste via archieven bekende windmolen behoorde toe aan de Croyland abdij (UK), uit 870. Belangrijke toepassingen van windmolens waren het malen van graan, het pompen van water en ook het zagen van hout. De eerste poldermolen stond in 1316 in de buurt van Gent in Vlaanderen, te Drongen. In Nederland heeft het gebruik van windenergie een grote vlucht genomen met de inpoldering en het droogmalen in de 17de eeuw. Dankzij het werk van deze windmolens kregen de Lage Landen en in het bijzonder Nederland hun huidig aanzien. In Nederland wiekten in de 19de eeuw zo'n 10.000 molens! In de huidige molendatabasis  zijn nog 1331 Belgische en 1191 Nederlandse molens opgenomen.

Met de uitvinding van de stoompomp en -machine in de 18de eeuw in Engeland en hun veralgemeende verspreiding in de 19e eeuw had men een krachtig en betrouwbaar hulpmiddel dat kon worden ingezet aanvullend of onafhankelijk van water of wind. Langzamerhand  verdrongen zij water- en windmolens uit het landschap. De eerste bruikbare stoom(mijn)pomp is gepatenteerd door Savery in 1698, en ingezet door Newcomen in 1709. Vanaf 1765 werd de balansstoommachine voor energieopwekking op punt gezet door Watt & Boulton en is, voornamelijk door de op- en neergaande beweging om te zetten in een continu-draaiende beweging, de 'motor' van de Industriële Revolutie geworden. 
De oudste, nog werkende stoom(balans)machine ter wereld is deze van het Crofton Pumping Station (UK) uit 1812. De oudste in Nederland gebruikte stoommachine diende in Rotterdamse-Blijdorppolder als waterpomp (1776). De eerste volledig in Nederland geconstrueerde 'vuurmachine' was volgens recentste gegevens deze van Hope & Brouwer in Groenendaal (1781). Het spectaculairste nog bestaande stoomgemaal van Nederland is wel de Cruquius nabij Haarlem uit 1849, tevens de grootste balansstoommachine ter wereld (werelderfgoed-site). 
De oudste, recent gerestaureerde stoommachine-behuizing voor een Watt & Boulton stoommachine, de laatste van het continent, staat in het Belgisch-Waalse Bernissart: een 'machine à feu' uit 1781 ooit in gebruik bij een koolmijn. De oudste nog bestaande (verticale) stoommachine in de Benelux is deze uit 1831 in de stokerij Betsberg in het Oost-Vlaamse Landskouter.
(met dank aan Wikipedia)

Na het speelkwartiertje van gisteren gaat deze les er waarschijnlijk wel weer in omdat de aandacht er terug is denkt juf gerdaYD *wink, big smile*. En ook de foto's (klik) hoop ik...

woensdag 21 oktober 2015

Even verpozen...


Er was eens een kikker uit Millen
Die stond op zijn pootjes te trillen
Dat was niet zo raar
De kok stond daar maar
En staarde verrukt naar zijn billen
© hannekelive

Er mag al eens speeltijd gehouden worden tussen al dat intellectueel geweld in hé? *wink,big smile*

dinsdag 20 oktober 2015

ARTS et METIERS AUTOMATEN


Hoe laat je een apparaat uit zichzelf bewegen als je geen kleine krachtbron tot je beschikking hebt? Eigenwijze uitvinders lieten zich daardoor niet uit het veld slaan. Ze bouwden automaten die ze in beweging brachten met alternatieve krachtbronnen.

Automaten zijn objecten die uit zichzelf blijven werken als ze eenmaal in beweging zijn gezet. De meest bekende automaten zijn voorwerpen als klokken en horloges die werken dankzij een mechaniek van tandwieltjes en radertjes. Maar sommige uitvinders gingen verder dan een simpel klokje. Al in de vierde eeuw voor Christus beschreef Heron van Alexandrië mechanieken zoals een houten modelduif die bewoog op een stok. Deze automaten werden aangedreven door stromend water, vallende gewichtjes en stoom.

Rond dezelfde tijd begonnen Chinese uitvinders ook automaten te bouwen die op levende wezens leken. Gedurende duizend jaar lieten genieën uit het Oosten hun fantasie de vrije loop. Hun machines gingen van vissende otters tot hele orkesten die voor de keizers muziek maakten. En ze werkten allemaal op stromend water, stoom en radermechanieken.
Aan het eind van het eerste millennium waaide de trend over naar Europa, en begon men ook hier automaten te bouwen. In de vijftiende eeuw werd de springveer uitgevonden. Dit bracht de automaat in een stroomversnelling. Eindelijk was er een manier om kleine, lichte bouwsels te laten bewegen zonder al het gedoe met stromend water en stoommachines. 
(bron: Sven de Jong)

En wie enkele wondermooie automaten uit het Musée des Arts et Métiers wil zien, klikt hier. Dit item zal jullie misschien wat meer aanspreken dan de vorige waar ik het over had...

maandag 19 oktober 2015

ARTS et METIERS COMMUNICATIE FOTOGRAFIE


Fotografie is het met behulp van licht en andere vormen van straling vastleggen van afbeeldingen van voorwerpen en verschijnselen op radiatie- of stralingsgevoelig materiaal. Het woord is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk schrijven met licht (phootos, van foos), en grafoo (van schrijven).

Iemand die beroepsmatig fotografie verricht noemt men een fotograaf. Sinds de intrede van de digitale fotografie bestaat er een verschil tussen het nemen van een foto en het maken van een foto. Met de huidige fotobewerkingsprogramma foto's maken. Hiervoor is niet noodzakelijk een fotocamera nodig; men kan bestaande foto's makkelijk bewerken tot een eigen product. Echter, voor het nemen van een foto maakt men wel degelijk gebruik van een camera. Een afdruk van een voorwerp dat direct op lichtgevoelig materiaal gelegd is en vervolgens belicht, is een fotogram.
Meer weten? Klik dan hier
En wie onze foto's van het Musée des Arts et Metiers wil bekijken, klikt hier.

Sorry dat ik gisteren niet bij jullie langs kwam, we trokken er even op uit met Interbellum (klik) om de Villa Cavrois (klik) van de befaamde architect Mallet-Stevens (klik) te bezoeken en er natuurlijk een foto-sessie te houden, je kent me ondertussen al een beetje hihi. Ik haal mijn schade op jullie blogs vandaag in en hoop dat jullie er allemaal een heel mooie, nieuwe week van zullen maken!

zondag 18 oktober 2015

Zondag: bij-tank-dag


Postkaart Zillebeke-Hooge: het ‘Tankkerkhof’ - verzameling Guido Deseijn aka Leflamand

Op het slagveld rond Ieper na de ‘Groote Oorlog’ telde Vlaanderen in de jaren 1920-1930 nog tientallen tankwrakken die destijds bekende toeristenattracties waren - o.a. te Ieper zelf, en op het grondgebied van Zillebeke-Hooge (waar talrijke kapotgeschoten tanks het bekende ‘tankkerkhof' vormden) en te Langemark-Poelkapelle (zie foto’s) - niet te missen rustpunten voor de toeristen die per fiets of auto (voor wie het kon betalen) naar zee trokken. Zij verdwenen allemaal als ‘oud ijzer’ bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het laatste exemplaar stond in het centrum van Poelkapelle-Statiestraat maar is door de Duitsers in 1941 verwijderd. Slechts in oktober 2009 is er op die plaats een monument(je) onthult voor de 243 Engelse soldaten van het Tank-corps die in de Slag om Ieper sneuvelden - het ‘Ypres Salient Tank Memorial’ - nadien aangevuld met een klein metalen schaalmodel op een sokkel. 
IJverige leden van de ‘Poelcapelle 1917 Association’ vzw zijn momenteel actief een (werkende!) replica op ware grootte van een Mark IV tank na te bouwen (zie daarvoor hier).

Postkaart toestand jaren 1920-1930 - verzameling Guido Deseijn aka Leflamand

Toestand vandaag vanop zelfde standpunt