vrijdag 2 oktober 2015

ARTS et METIERS METEN en REKENEN


Na de uitvinding van de abacus (het telraam) bleef het eeuwenlang stil rond de ontwikkeling van de rekenapparaten. Tot het einde van de middeleeuwen had iedereen waarschijnlijk genoeg aan hun vingers en de abacus.
Met de renaissance en de nieuwe interesse voor de wetenschappen kwam ook de behoefte om ingewikkelde berekeningen uit te voeren.
De eerste grote uitvinding op dat gebied was in 1614 de logaritmen ofte rekenregel door John Napier. In de 17e eeuw hebben, onafhankelijk van elkaar, de Duitser Schikard en de Fransman Pascal machines gebouwd, die toelieten rekenkundige bewerkingen te verrichten. Doch deze machines hadden noch geheugen om gegevens op te slaan, noch programmageheugen. De operator zelf moest de opeenvolging van bewerkingen bepalen en de tussenresultaten onthouden.
In de 17e eeuw ontwierp Blaise Pascal ook de eerste telmachine, de Pascaline. Deze was echter niet zeer betrouwbaar.
(Wikipedia)

Enkele van de toestellen waarmee onze voorouders het meten en rekenen verrichtten kan je hier bekijken... Het zal misschien een onderwerp zijn dat jullie iets minder interessant vinden maar vergeet het niet: zonder dat was de computer er nooit geweest... 

donderdag 1 oktober 2015

ARTS et METIERS TIJD LEZEN KLOKKEN


Op wetenschappelijk niveau stond de klok gelijk aan de ontdekking van Amerika of de uitvinding van de drukpers. Tussen 1660 en 1760 vond de 'horologische revolutie' plaats. Dit is de periode waarin de uurwerktechnologie met sprongen vooruit ging, en klokken en horloges beter en talrijker werden. Christiaan Huygens verkreeg in 1657 het patent op het slingeruurwerk.

Aan het einde van de zeventiende eeuw beleefden de uurwerken hun toppunt van waardering. Een klok werd vergeleken met het goddelijke. Hij stond voor harmonie in het leven, voor de eeuwigheid en matiging. Een klok had het prestige van een gotische kathedraal en was bijna heilig. De invloed op het leven van de mensen was nog groter. Zeker toen de uniformering van de tijd een feit was.

In de achttiende eeuw werd het uurwerk nog verder verbeterd,. Dit was nodig, omdat er op zee behoefte was aan goede en nauwkeurige klokken voor het bepalen van de positie op zee. Afstanden tot de Noord- en Zuidpool (de breedte) waren goed te bepalen aan de hand van de Poolster of de zon. Voor de lengtebepalingen was zo'n herkenningspunt er niet. Aan de hand van zeer nauwkeurige klokken kon de tijd van de thuishaven bepaald worden. Door die te vergelijken met de plaatselijke tijd, zoals door de zonnestand aangegeven, kon het tijdsverschil, en daarmee het lengteverschil, met de thuishaven bepaald worden. Hierdoor konden eilanden makkelijker teruggevonden worden.
(Wikipedia)

Verzot op klokken? Dan moeten jullie hier (klik) maar eens piepen!

woensdag 30 september 2015

Bloedmaan


Natuurlijk zijn we een stuk in de nacht van zondag op maandag wakker gebleven, kwestie van die unieke bloedmaan (klik) te zien want de volgende keer dat dit gebeurt liggen we al lang onder de zoden *wink, big smile*. Zelf heb ik het professioneel materiaal niet om het deftig op de foto te krijgen, maar kom, ik heb het tenminste geprobéérd hé. En het is voor jullie misschien een welkome afwisseling tussen al die lessen door die jullie hier deze week te verteren krijgen hihi, alhoewel dit natuurlijk ook wetenschap is...

dinsdag 29 september 2015

ARTS et METIERS TIJD METEN


Tijdmeting of chronometrie is het meten van de tijd. Tijdmeting en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van de mechanische klokken zijn verweven met de ontwikkeling van onze huidige maatschappij; ze kunnen eigenlijk niet los van elkaar gezien worden.

Voordat het mechanische uurwerk er was, had de mens de beschikking over elementaire klokken. Naast kalenders werden gebruikt: de waterklok, de zandloper, kaarsen of olielampen (met een aantal strepen erop) en de zonnewijzer. Aan elk van deze elementaire tijdmeters kleefde een nadeel: water kan bevriezen, een zandloper moet constant in de gaten gehouden worden, kaarsen of olielampen kunnen uitgeblazen worden, en een zonnewijzer werkt alleen als er zon is.
Afgezien van de zonnewijzer konden elementaire klokken bovendien meestal alleen de duur van een gebeurtenis meten, niet op welk tijdstip de gebeurtenis plaatshad. De komst van het mechanisch uurwerk in de laatste decennia van de dertiende eeuw heeft dat probleem opgeheven.

Door de uitvinding van het echappement werd het mogelijk een mechanische klok te maken. Dit instrumentje zorgde voor een gelijkmatige verdeling van de energie van een vallend gewicht. Door de gelijkmatige verdeling was het mogelijk een raderwerk in een gelijkblijvend tempo te laten lopen. Door wie het echappement is uitgevonden is niet bekend.

Het mechanische uurwerk werd ontwikkeld in een benedictijnenklooster. Benedictus legde er de nadruk op dat de monniken altijd bezig moesten zijn. Tijd was door God gegeven, dus kostbaar, daarom moest de tijd zo goed mogelijk besteed worden. In het begin van de veertiende eeuw werd in de benedictijnenabdij in Saint Albans door Richard van Wallingford het eerste uurwerk gebouwd, waarvan nu nog bekend is hoe het er heeft uitgezien. Het was ruim drie meter breed, diep en hoog, en aan de bouw werd ruim tien jaar gewerkt. Niet alleen de tijd, ook de stand van de hemellichamen kon er op afgelezen worden.

In de kloosters en kathedralen had de tijdmeting een religieuze achtergrond, maar de verdere verspreiding van de uurwerken had te maken met meer wereldse ontwikkelingen. De besturen van de steden die in de veertiende eeuw ontstonden, wilden ook een uurwerk voor hun stad, omdat het als een prestigeobject werd gezien. Rondtrekkende uurwerkmakers werden ingehuurd om uurwerken te bouwen, met als resultaat dat tegen 1400 elke stad een klok had.

Met de verspreiding van het uurwerk vond een hervorming plaats die belangrijk was voor de omgang met tijd en het belang van klokken. Voordat er mechanische uurwerken bestonden, werd de dag ingedeeld in twaalf gelijke delen. Omdat de lengte van de dagen per seizoen verschilt, varieerden dus ook de uren. Doordat in steeds meer steden een uurwerk in de toren hing, werd de dag ingedeeld in twaalf gelijke uren. Dat bevorderde op zijn beurt weer de groei van het aantal uurwerken, omdat een belangrijke belemmering weggenomen was.

Door de introductie van de atoomklok in 1955 kon men de internationale atoomtijd (TAI) invoeren. De seconde werd niet langer gedefinieerd als een vast gedeelte van de dag, maar op de overgang tussen de twee hyperfijn energieniveaus van de grondtoestand van een 133cesiumatoom in rust bij een temperatuur van 0 K. TAI loopt niet gelijk met UT en daarom werd UTC ingevoerd. UTC corrigeert men regelmatig om deze binnen een seconde verschil met UT1 te houden. UTC en TAI lopen dus steeds verder uit elkaar.
(Wikipedia)

In het Musée des Arts et Métiers konden we enkele mooie voorbeelden van dergelijke, merkwaardige toestellen bewonderen én fotograferen, klik daarvoor maar hier. En wees gerust jongens en meisjes, beste leerlingen hihi, morgen schort ik de les even op voor iets heel anders!

maandag 28 september 2015

ARTS et METIERS PLAATS METEN


De eerste zaal die we in het Musée des Arts et Métiers uitgebreid (klik) fotografeerden was dat van de plaatsbepaling. Daaronder verstaat men de kunst om vast te stellen op welke plaats (op aarde, in de lucht, in de ruimte, enz.) men zich (ongeveer of precies) bevindt, en de wijze waarop deze plaats wordt aangeduid.Bij de klassieke werkwijze werden er hoeken gemeten, en het is dan ook niet verwonderlijk dat de plaats werd aangeduid als een hoek in graden, onderverdeeld in minuten en seconden. In dit systeem ligt de noordpool op 90° noorderbreedte, de zuidpool op 90° zuiderbreedte, en de evenaar op 0°.

Als referentiemeridiaan, de nulmeridiaan (lengtecirkel), heeft men thans internationaal gekozen voor een meridiaan los van die door de sterrenwacht te Greenwich, maar gebaseerd op een internationaal geodetisch datum. Als voorbeeld van de notering: Amsterdam ligt op 52° 22' 30" noorderbreedte en 4° 54' 30" oosterlengte. De benamingen 'minuut' en 'seconde' kunnen in deze context enige verwarring geven. Een booggraad is in minuten en seconden verdeeld, maar een uur ook. Een uur komt overeen met 15 lengtegraden en een minuut (1/60 uur) dus met 15 boogminuten. Culmineert de zon een minuut later dan in Greenwich, dan bevindt men zich op 15 minuten westerlengte.

Niet altijd werd de meridiaan van Greenwich als nulmeridiaan gekozen. Dat gebeurde pas op de Internationale Meridiaanconferentie in Washington in 1884. Veel zeelui kozen hun eigen hoofdstad en vooral de meridiaan van Parijs is vaak in gebruik geweest, maar ook Italië had zijn eigen nulmeridiaan, die door de kathedraal van Bologna loopt. 

In de oudheid stelde Ptolemeus de nulreferentie voorbij het uiterste westen van het in die tijd bekende gebied, langs de Fortunatae Insulae. Op deze "gezegende eilanden", waarvoor er in de loop der tijden velen als kandidaat zijn aangewezen, zou het paradijs gelegen zijn. In het algemeen wordt aangenomen dat er het Canarische eiland Ferro mee bedoeld werd en op vele wereldkaarten uit de 15e, 16e en 17e eeuw staat de lijn van Ptolemaeus dan ook vermeld als de meridiaan van Ferro.

De moderne technieken geven de plaats niet in booggraden, en bovendien maakt de elektronica het gemakkelijk een plaatsaanduiding om te rekenen. Om die reden wordt er tegenwoordig liever gekozen voor een plaatsaanduiding op een rechthoekig netwerk van kilometers. Op veel stafkaarten kan men dan ook, naast het klassieke gradennetwerk, ook een modern kilometernetwerk vinden. GPS-apparatuur kan vaak worden ingesteld om de plaats met een netwerk naar keuze aan te geven.
Bij deze netwerken kiest men het nulpunt ergens in het zuidwesten. De coördinaten (oostwaarde en noordwaarde) zijn dus altijd positief.
(Wikipedia)

Enkele toestellen die daarvoor dienden kan je hier (klik) bekijken. En maak er daarna een mooie week van... leerrijk ook als je hier voorbij blijft komen hihi.

zondag 27 september 2015

Zondag: bij-tank-dag


Moet dit nog wel een tank voorstellen? Het is vermoedelijk een door een nijvere Rus samen gelast (of is het geflanst?) ongewoon metalen fantasiemodelletje uit de jaren 1920. De Russische Tsaar had destijds wel een merkwaardige ‘tank’ laten ontwerpen (zie foto: een nagebouwd, nooit in productie gebracht prototype uit 1915) - dus met een beetje (veel?) goede wil kan dit ervoor doorgaan... Dit hebbedingetje kan om zijn gewicht wel goed als ‘presse-papier’ worden gebruikt...
(verzameling Guido Deseijn aka Leflamand)

zaterdag 26 september 2015

ARTS et METIERS INGANG


Nog even het hoekje om en we gaan er naar binnen (klik)... het Musée des Arts et Métiers (klik) wacht op ons! Maar dat zal pas voor maandag zijn, want morgen komt onze Leflamand hier weer maar eens pronken met een nieuwe aanwinst uit zijn collectie tankjes *wink, big smile*.
Fijn weekend allemaal!