donderdag 22 februari 2018

GVSALM 2017 Ettelgem

Ettelgem is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van de stad Oudenburg. Ettelgem ligt net ten zuidoosten van Oudenburg zelf. De dorpskern van Ettelgem is door lintbebouwing vergroeid met die van Oudenburg-centrum, met enkel nog de snelweg A18/E40 tussen beide.

Bezienswaardigheden
De oude romaanse Sint-Eligiuskerk ligt net buiten het dorpscentrum. De oorsprong van het kerkje gaat terug tot een houten kerkje uit het begin van de 11de eeuw. Sommige delen van de beuk en het koor gaan terug tot de 12de eeuw; het torentje dateert uit de 14de eeuw, de sacristie uit de 17de. Sinds 1911 doet het geen dienst meer als bidplaats. In 1986-88 werd het kerkje gerestaureerd.
Een nieuwe Sint-Eligiuskerk werd vanaf 1909 in het centrum zelf opgetrokken in neogotische stijl.

Ten oosten van de dorpskern, op de grens met Roksem en Zerkegem ligt het natuurgebied De Hoge Dijken, in de volksmond bekend als de Roksemput. Het natuurgebied ligt rond een grote waterput die ontstond in de jaren zeventig, toen het gebied gebruikt werd voor zandwinning voor de aanleg van de autosnelweg A18.

De foto's ervan kan je hier (klik) bekijken.

dinsdag 20 februari 2018

Verjaardagsfeestje Guido alias Leflamand

Laat ons de week, weliswaar een hele dag te laat, eens feestelijk beginnen en wel met de leuke verjaardagsparty die mijn zus en haar bende voor mijn Leflamand organiseerden.
Wie wil weten hoe het er aan toe ging moet hier klikken en nog eens bedankt voor alle lieve wensen (klik) die jullie hem stuurden! 

zondag 18 februari 2018

Zondag: bij-tank-dag

Ook dit was de Eerste Wereldoorlog...
Over de genocide die niet zichzelf mocht zijn...


De volkerenmoord op zowat anderhalf miljoen Armeniërs (én meer dan 750.000 Assyriërs & Arameërs. en 1,4 miljoen Grieken & Byzantijnen) tijdens de Eerste Wereldoorlog was een geplande en goed voorbereide operatie. Maar de oorzaken lagen diep en hadden te maken met de moeilijke positie van de christelijke minderheden in het Ottomaanse rijk en de opkomst van het nationalisme bij de volkeren op de Balkan en in Klein-Azië.

Drie gebeurtenissen zouden vanaf 1912 de aanloop naar de volkerenmoord vormen. Vooreerst waren er de Balkanoorlogen (1912-1913), waardoor het Ottomaanse Rijk het grootste deel van zijn bezittingen in Europa verloor aan de christelijke Balkanstaten. Deze catastrofe zorgde voor veel bitterheid bij de Turken en deed het ressentiment jegens de christelijke volkeren nog toenemen, te meer daar er in die verloren gebieden etnische zuiveringen plaatsvonden. Honderdduizenden Turken en andere moslims uit de Balkan vluchtten naar Klein-Azië. De Ottomaanse regering wilde hen bij voorkeur vestigen in die gebieden waar veel Armeniërs woonden - het huidige Oost-Turkije - wat de spanning nog deed toenemen. 

Vrijwel meteen na de Balkanoorlogen begonnen de grote mogendheden plannen te maken om de rest van het zwaar gehavende Ottomaanse Rijk - dat zich uitstrekte van Egypte (inbegrepen) tot de Balkan en  Griekenland (deels inbegrepen) onder hun invloed te brengen. De bescherming van de Armeniërs tegen verdere vervolgingen speelde daar een grote rol in. Begin 1914 werd een akkoord gesloten waarbij de provincies met een grote Armeense bevolking onder buitenlands toezicht werden geplaatst. Dit moest het begin vormen van de opdeling van het rijk onder de mogendheden.
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog belette de uitvoering van dit plan. 

Maar de Turkse nationalisten beschouwden hierdoor de 'Armeense kwestie' als een dodelijke bedreiging voor hun land. Ten slotte was er de Turkse deelname aan de Grote Oorlog zelf vanaf november 1914 - waarbij het Ottomaanse Rijk de zijde van Duitsland koos... Daarbij werd in de eerste plaats strijd gevoerd met de Russen in de Kaukasus. De Russen probeerden de Armeniërs aan hun zijde te krijgen, wat de Ottomaanse regering maar al te goed besefte. Daardoor werden de Armeniërs helemaal verdacht. 

In de winter van 1914-15 liep het Turkse leger een zware nederlaag op in de Kaukasus. Die nederlaag en onlusten in Armeens gebied werden toegeschreven aan het verraad van de Armeniërs. Voor de Turkse autoriteiten was dit de uiteindelijke aanleiding om de deportatie van de Armeniërs te bevelen. Er kwam ruimte vrij voor de Turkse vluchtelingen uit de Balkan. Er ontstond inderdaad een groep welvarende Turken, die zich de Armeense eigendommen had kunnen toe-eigenen. En het verdwijnen van de Armeniërs uit Klein-Azië, aangevuld met het vertrek van de Griekse bevolking, zorgde ervoor dat Turkije een min of meer homogene natie kon worden. Zonder dat zou Kemal Atatürk in 1923 wellicht nooit de Republiek Turkije hebben kunnen uitroepen, ook al was hijzelf niet betrokken in de Armeense genocide. 

Sinds de Balkanoorlogen raakte het Ottomaanse rijk haar slechte reputatie als "The Sick Man of Europe" niet meer kwijt. De huidige extreem nationalistische en de daaraan gekoppelde islamitische tegenbeweging van de 'Jonge Turken' over heel Europa is daardoor verklaarbaar - maar niet aanvaardbaar... Dat Turkije tot op heden haar verleden van de Armeense genocide niet wil erkennen is onvergeeflijk : deze gebeurtenissen grepen immers plaats onder het Ottomaanse rijk van sultan Abdul Hamid II (1842-1918) - en zeker niet meer sinds de seculiere Turkse Republiek (opricht 1921-1924) van Mustafa Kemal Atatürk ('Vader der Turken' 1881-1938)... Het huidig Turkse hyper-nationalisme beschouwd het erkennen van de Armeense genocide vandaag wel nog steeds als aantasting van hun droom van het herstel van een Groot-(Ottomaanse)-Turkse wereldmacht waarvoor dictator Erdogan staat. En nu zijn andere tegenstanders van het regime aan de beurt : de Koerden...
(met dank aan Wikipedia & De Redactie.be)

zaterdag 17 februari 2018

STAM 2017 Stad en Universiteit Gent zaal 8

Als afsluiter van dit bezoek aan ‘Stad en universiteit. Sinds 1817’ (klik), een tentoonstelling die in onze ogen beslist een bezoek overwaard is, onze laatste serie foto's (klik) die Lefla en ik namen.
Let wel op: ze loopt nog slechts tot 27 maart eerstkomend in het Gentse STAM (klik)!
Fijn weekend allemaal...

donderdag 15 februari 2018

STAM 2017 Stad en Universiteit Gent zaal 7


Na de feestjes gaan we nog even door met het bezoek aan het Gentse STAM (klik). In 2000 kocht het museum een merkwaardig schilderij van Johan Baptist Lodewyk Maes, bekend als Maes-Canini, met een vrij ongewoon thema bij het veilinghuis Haboldt en Co. te Parijs. Het schilderij is waarschijnlijk te identificeren met de verloren gewaande ‘Zaal waar de inenting der koepokstof bewerkstelligd wordt’ waarmee J.B.L. Maes de eerste prijs behaalde in de categorie genreschildering op het ‘Concours de la Société Royale pour l’encouragement des Beaux-Arts’ te Antwerpen in 1819.
Meer over dit schilderij weten? Klik dan hier. Ook andere merkwaardige relicten zijn in deze zaal het bekijken waard, klik daarvoor maar hier

dinsdag 13 februari 2018

Valentijn

Ik weet het, ik ben er een dagje te vroeg mee maar eigenlijk zouden we elke dag van het jaar onze geliefden in de bloemetjes moeten zetten hé. En onze lieve webbies eveneens, ook al zal het deze keer bij dit virtueel kaartje blijven. Fijne nieuwe week allemaal!

zondag 11 februari 2018

Zondag: bij-tank-dag

Ook dit was de Eerste wereldoorlog 1918-1919... 
Herdenking van de Spartakusbond-Revolutie in Duitsland - nu zo'n 100 jaar geleden...

Tijdens de Eerste Wereldoorlog groeide in Duitsland de ontevredenheid over het beleid van de uit eigenbelang optredende aristocratische elite, de legerleiding en de gevolgen van de oorlog. Duitsland werd na het einde van de Eerste wereldoorlog in de overgang van keizerrijk naar republiek geschokt door opstand en revolutie, naar Russisch model: de novemberrevolutie van 1918,  en de 'Spartakus'-opstand van 1918-1919, gevolgd door de woelige maar creatieve periode van de Weimar-Republiek (1919-1933) (klik hier).

Ook de persvrijheid moest gewapenderhand verdedigd o.a. door de inname van de burelen van het socialistische dagblad 'Voorwaarts': hierboven en hieronder de dubbele barricade bij de drukkerij  van het linkse Berlijnse persagentschap 'Mosse'.

De "Spartakus"-opstand werd in januari 1919 geleid door de Duitse Communistische Partij (KPD). Deze opstand was het gevolg van de politieke onrust en de massale stakingen tussen januari en november 1918. De "Spartakusbund", al opgericht anno 1915 in volle oorlog door onder andere de links-radicale leiders  Karl Liebknecht  en Rosa Luxemburg, probeerde in samenwerking met linkse revolutionairen in Berlijn de macht te grijpen en daar een 'radenrepubliek'  te stichten geïnspireerd op Lenin's 'Sovjetinternationale', naar voorbeeld van de Bolsjewieken in Rusland. Deze machtsstrijd was in feite het resultaat van het aftreden van de oorlogskeizer Willem II op 9 november 1918, die de macht overdroeg aan de sociaaldemocraat Friedrich Ebert, leider van de grootste partij in het Duitse parlement. Nadat kanselier Ebert en een ander regeringslid korte tijd werden gevangen gehouden in Berlijn door een opstandige legereenheid en slechts tegen losgeld werden vrijgelaten, gaf deze de opdracht aan het leger om met geweld op te treden tegen de opstandelingen. Maar toen het aantal rebellen steeds maar toenam, gaf hij opdracht aan het leger zich terug te trekken in hun kazernes. Dit halfslachtig optreden was het sein voor de 'Spartakusbond' om op te roepen tot revolutie (genoemd naar de bekende Romeinse slaaf die een grote slavenopstand leidde in het oude Rome).

Pantserauto van het contra-revulutionaire "Freikorps" van de Duitse sociaal-democratische regering 
'succesrijk' (sic) ingezet bij het neerslaan van de communistische volksopstand in München - mei 1919.

De opstand leidde tot algemene onrust waarop opnieuw algemene stakingen uitbraken over gans Duitsland. De regering poogde de touwtjes terug in handen te nemen en wilde de stakingen neerslaan met behulp van het leger. Op 5 januari 1919 kondigde de regering de staat van beleg af. Enkele dagen later beval kanselier Ebert een "Freikorps" bestaande uit getrainde, afgezwaaide soldaten uit de Eerste Wereldoorlog de opstandige stakende arbeiders overal aan te vallen. Het korps bezat nog steeds veel militaire uitrusting en heroverden vlug de gebarricadeerde straten en gebouwen van waaruit weerstand werd geboden. Vanaf 11 januari 1919 werd de revolutionaire opstand in Berlijn en de andere revolutionaire haven- en industriesteden zoals Hamburg en München neergeslagen. Veel van de opstandelingen gaven zich over. Er stierven gedurende de gevechten 156 burgers tegenover 17 soldaten uit het korps. Op 15 januari 1919 werden de KPD-leiders Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht gearresteerd en laf vermoord door militairen. Het lichaam van Rosa Luxemburg werd in een Berlijns kanaal geworpen, waar het pas weken later is opgevist. Het lichaam van Karl Liebknecht werd anoniem begraven op een onbekend Berlijns kerkhof. 
Doordat de onlusten in Berlijn nog niet volledig afgelopen waren, besloot de ontslagnemende rijkskanselier Ebert (SPD) om op 6 februari 1919 het parlement een nieuwe regering symbolisch te laten samenstellen in de cultuurstad Weimar en niet in de hoofdstad, en om het land een nieuwe, republikeinse grondwet te geven. Vandaar de benaming 'Weimar-republiek'...
(verzameling Guido Deseijn alias Leflamand)